BWBR0014319
Geldig vanaf 2006-06-29
Artikel 4.31
Regeling Bouwbesluit 2003
Bij de toepassing van NEN 6790 geldt het volgende:
a. ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 en onderdeel 5.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;
b. onderdeel 7.1 en onderdeel 7.3 blijven buiten toepassing;
c. onderdeel 7.2 wordt als volgt gelezen: De rekenregels in deze norm zijn niet van toepassing op metselwerk van cellenbeton dat op enigerlei wijze in contact komt met grondwater;
d. de onderdelen 9.1.4 en 9.2.2 blijven buiten toepassing;
e. in onderdeel 12.2: 1º. de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
2º. de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit windbelasting;
krachten voortkomend uit windbelasting;
1º. de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
2º. de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit windbelasting;
krachten voortkomend uit windbelasting;
f. onderdeel 12.3 blijft buiten toepassing, en
g. in Bijlage A: 1º in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing;
2º onderdeel A.2 blijft buiten toepassing;
3º in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen: Proefstukken
4º onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen: Afmetingen De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben: de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
5º. onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen: Aantal proefstukken Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en
6º. onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing.
1º in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing;
2º onderdeel A.2 blijft buiten toepassing;
3º in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen: Proefstukken
4º onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen: Afmetingen De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben: de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
5º. onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen: Aantal proefstukken Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en
6º. onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing.
a. ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 en onderdeel 5.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;
b. onderdeel 7.1 en onderdeel 7.3 blijven buiten toepassing;
c. onderdeel 7.2 wordt als volgt gelezen: De rekenregels in deze norm zijn niet van toepassing op metselwerk van cellenbeton dat op enigerlei wijze in contact komt met grondwater;
d. de onderdelen 9.1.4 en 9.2.2 blijven buiten toepassing;
e. in onderdeel 12.2: 1º. de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
2º. de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit windbelasting;
krachten voortkomend uit windbelasting;
1º. de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en
2º. de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit windbelasting;
krachten voortkomend uit windbelasting;
f. onderdeel 12.3 blijft buiten toepassing, en
g. in Bijlage A: 1º in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing;
2º onderdeel A.2 blijft buiten toepassing;
3º in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen: Proefstukken
4º onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen: Afmetingen De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben: de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
5º. onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen: Aantal proefstukken Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en
6º. onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing.
1º in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing;
2º onderdeel A.2 blijft buiten toepassing;
3º in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen: Proefstukken
4º onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen: Afmetingen De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben: de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;
de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en
de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;
5º. onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen: Aantal proefstukken Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en
6º. onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing.