BWBR0014211
Geldig vanaf 2002-11-24
Artikel 14
Regeling bescherming persoonsgegevens V&W
1. Indien de privacyfunctionaris V&W bij de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 2 van de Regeling toezichtbevoegdheden privacyfunctionaris V&Wonregelmatigheden aantreft bij de verwerking van persoonsgegevens brengt hij hierover verslag uit aan de beheerder. Hij kan dit verslag vergezeld doen gaan van een aanbeveling die strekt tot een verbetering in de bescherming van de persoonsgegevens die door of namens de verantwoordelijke worden verwerkt.
2. Indien de aanbeveling niet of niet voldoende door de beheerder wordt opgevolgd, rapporteert de privacyfunctionaris V&W de gang van zaken aan de verantwoordelijke. In het rapport kan de privacyfunctionaris V&W aanbevelingen doen die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt.
3. De privacyfunctionaris V&W brengt jaarlijks vóór 1 april een verslag uit aan de verantwoordelijke over zijn werkzaamheden en bevindingen in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Een kopie daarvan wordt ter kennisneming gezonden aan de departementale ondernemingsraad en aan het college.
2. Indien de aanbeveling niet of niet voldoende door de beheerder wordt opgevolgd, rapporteert de privacyfunctionaris V&W de gang van zaken aan de verantwoordelijke. In het rapport kan de privacyfunctionaris V&W aanbevelingen doen die strekken tot een betere bescherming van de gegevens die worden verwerkt.
3. De privacyfunctionaris V&W brengt jaarlijks vóór 1 april een verslag uit aan de verantwoordelijke over zijn werkzaamheden en bevindingen in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Een kopie daarvan wordt ter kennisneming gezonden aan de departementale ondernemingsraad en aan het college.