Artikel 7 Wbpdwingt de verantwoordelijke tot specificatie van de doelstelling.
De formulering van de doelstelling is cruciaal, omdat de wet het doel van de verwerking aanmerkt als toetsingscriterium bij de beantwoording van de vraag over wie welke gegevens mogen worden opgenomen, en of de verwerking van de gegevens en de verstrekkingen aan derden toelaatbaar zijn.
Een effectieve bescherming van de persoonlijke levenssfeer vereist het trekken van nauwkeurige grenzen bij de doelomschrijving ¹Als rechtmatige gronden voor het aanleggen van een persoonsregistratie zijn bijvoorbeeld aan te merken de uitvoering van nauwkeurig aan te geven wettelijke taken, de opsporing van strafbare feiten en het uitvoeren van exact te omschrijven beleids- en beheerstaken.. Gestreefd dient te worden naar een stringente formulering. In de praktijk wordt een bestand veelal aangelegd ten behoeve van een bepaalde rechtsverhouding tussen de houder en de geregistreerde. Bij dergelijke registraties ligt het voor de hand bij de doelomschrijving aan te sluiten op datgene dat uit de onderliggende relatie voortvloeit. Dit is in overeenstemming met de persoonlijke levenssfeer, omdat de gegevens die de geregistreerde van zijn kant beschikbaar stelt, ook zijn verstrekt in het kader van die onderliggende relatie. In de praktijk zijn er ook bestanden waaraan niet een duidelijke relatie met de geregistreerden ten grondslag ligt. Te denken valt aan registraties ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek.
Ingevolge
artikel 8 van de WBPmag men slechts tot het verwerken van persoonsgegevens overgaan bij indien:
a. de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;
b. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen n.a.v. een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;
c. de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is;
d. de gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;
e. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of
f. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor d behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.
Valt de verwerking van persoonsgegevens niet onder een van deze criteria, dan is een dergelijke verwerking onrechtmatig en mag deze niet worden uitgevoerd.