BWBR0014138
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 8
Regeling aanstellingseisen politie 2002
1. De uitkomst van het aanvullend geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt de kandidaat-aspirant of kandidaat vrijwilliger-aspirant zo spoedig mogelijk na het voltooien van dat onderzoek schriftelijk meegedeeld.
2. De kandidaat kan verzoeken om een gesprek met de psycholoog onder wiens verantwoordelijkheid het desbetreffende onderzoek is afgenomen. Binnen twee weken na dit verzoek vindt dit gesprek plaats.
3. De uitslag van het aanvullend geschiktheidsonderzoek blijft twee jaar geldig.
4. Als de uitslag van het fysiek motorisch onderzoek onvoldoende is, kan binnen twee weken nadat deze uitslag is meegedeeld om een tweede fysiek motorisch onderzoek worden verzocht door het bevoegd gezag. Binnen drie maanden na dit verzoek vindt het tweede fysiek motorisch onderzoek plaats.
5. Als de uitslag van het psychologisch onderzoek onvoldoende is, kan door het bevoegd gezag na twaalf maanden opnieuw om een psychologisch onderzoek worden verzocht.
6. De kosten van het gesprek, bedoeld in het tweede lid, en de kosten van het tweede onderzoek, bedoeld in het vierde en vijfde lid, komen ten laste van het bevoegd gezag, met uitzondering van de reiskosten voor het gesprek bedoeld in het tweede lid.
2. De kandidaat kan verzoeken om een gesprek met de psycholoog onder wiens verantwoordelijkheid het desbetreffende onderzoek is afgenomen. Binnen twee weken na dit verzoek vindt dit gesprek plaats.
3. De uitslag van het aanvullend geschiktheidsonderzoek blijft twee jaar geldig.
4. Als de uitslag van het fysiek motorisch onderzoek onvoldoende is, kan binnen twee weken nadat deze uitslag is meegedeeld om een tweede fysiek motorisch onderzoek worden verzocht door het bevoegd gezag. Binnen drie maanden na dit verzoek vindt het tweede fysiek motorisch onderzoek plaats.
5. Als de uitslag van het psychologisch onderzoek onvoldoende is, kan door het bevoegd gezag na twaalf maanden opnieuw om een psychologisch onderzoek worden verzocht.
6. De kosten van het gesprek, bedoeld in het tweede lid, en de kosten van het tweede onderzoek, bedoeld in het vierde en vijfde lid, komen ten laste van het bevoegd gezag, met uitzondering van de reiskosten voor het gesprek bedoeld in het tweede lid.