BWBR0014138
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 6
Regeling aanstellingseisen politie 2002
1. De kandidaat-aspirant of de kandidaat vrijwilliger-aspirant die een politieopleiding op een vergelijkbaar mbo-niveau gaat volgen voldoet ten minste aan de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.4.7. en 8.2.1en 8.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. De kandidaat-aspirant of de kandidaat vrijwilliger-aspirant die een politieopleiding op het niveau van het hoger onderwijs gaat volgen voldoet ten minste aan de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.28 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3. Kandidaten die niet voldoen aan de in het eerste of tweede lid gestelde eisen, kunnen een toelatingstoets afleggen bij de Politieacademie. Indien deze toets met goed gevolg wordt afgelegd, voldoet de kandidaat aan de eisen met betrekking tot het vooropleidingsniveau.
2. De kandidaat-aspirant of de kandidaat vrijwilliger-aspirant die een politieopleiding op het niveau van het hoger onderwijs gaat volgen voldoet ten minste aan de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.28 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3. Kandidaten die niet voldoen aan de in het eerste of tweede lid gestelde eisen, kunnen een toelatingstoets afleggen bij de Politieacademie. Indien deze toets met goed gevolg wordt afgelegd, voldoet de kandidaat aan de eisen met betrekking tot het vooropleidingsniveau.