BWBR0014138
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 3
Regeling aanstellingseisen politie 2002
1. De betrokkene wordt onderworpen aan een geschiktheidsonderzoek, bestaande uit een taalvaardigheidsonderzoek en een cognitief capaciteitenonderzoek.
2. Het taalvaardigheidsonderzoek wordt niet afgenomen bij de kandidaat-aspirant en de kandidaat vrijwilliger-aspirant die, indien tot aanstelling zou worden overgegaan, de politieopleiding gaat volgen op het kwalificatieniveau HBO-5/EQF 6 of WO-6/EQF 7. Tevens wordt het taalvaardigheidsonderzoek niet afgenomen bij de kandidaat ambtenaar in opleiding en de kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding die na het voltooien van de politieopleiding worden geplaatst in een functie waarvoor een HBO of WO werk- en denkniveau geldt.
3. Het geschiktheidsonderzoek wordt afgenomen met inachtneming van de vereisten opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 1en 2.
4. De kosten van het geschiktheidsonderzoek komen ten laste van het bevoegd gezag.
2. Het taalvaardigheidsonderzoek wordt niet afgenomen bij de kandidaat-aspirant en de kandidaat vrijwilliger-aspirant die, indien tot aanstelling zou worden overgegaan, de politieopleiding gaat volgen op het kwalificatieniveau HBO-5/EQF 6 of WO-6/EQF 7. Tevens wordt het taalvaardigheidsonderzoek niet afgenomen bij de kandidaat ambtenaar in opleiding en de kandidaat vrijwillige ambtenaar in opleiding die na het voltooien van de politieopleiding worden geplaatst in een functie waarvoor een HBO of WO werk- en denkniveau geldt.
3. Het geschiktheidsonderzoek wordt afgenomen met inachtneming van de vereisten opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 1en 2.
4. De kosten van het geschiktheidsonderzoek komen ten laste van het bevoegd gezag.