BWBR0014113
Geldig vanaf 2007-02-21
Artikel 5a
Tijdelijke regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg
De uitkering, bedoeld in artikel 2, onder c, bestaat uit de som van de volgende bedragen:
a. een bedrag dat wordt berekend met de volgende formule: (62/100) × (A/B) × € 6.500.000 waarin wordt voorgesteld: – met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland;
– met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland;
b. een bedrag dat wordt berekend met de volgende formule: (38/100) × (A/B) × € 6.500.000 waarin wordt voorgesteld: – met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland.
– met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland.
a. een bedrag dat wordt berekend met de volgende formule: (62/100) × (A/B) × € 6.500.000 waarin wordt voorgesteld: – met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland;
– met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland;
b. een bedrag dat wordt berekend met de volgende formule: (38/100) × (A/B) × € 6.500.000 waarin wordt voorgesteld: – met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland.
– met de letter A: het totaal aantal jongeren dat volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig is in die gemeente;
– met de letter B: de som van de aantallen jongeren die volgens opgave van het CBS op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar woonachtig zijn in Nederland.