BWBR0014009
Geldig vanaf 2002-09-14
Artikel 12
Regeling inburgering oudkomers
1. De minister stelt voor 1 januari 2006 de bijdrage vast aan de hand van de op grond van artikel 10verstrekte informatie en bescheiden.
2. De hoogte van de bijdrage voor de vaste kosten wordt vastgesteld overeenkomstig de hoogte van het voorschot voor de bijdrage voor de vaste kosten.
3. De hoogte van de bijdrage voor de variabele kosten wordt als volgt vastgesteld:
a. € 5.500 voor iedere oudkomer die aan alle verplichtingen, genoemd in de overeenkomst, bedoeld in artikel 8, heeft voldaan en die een begintoets en een eindtoets als bedoeld in artikel 9 is afgenomen;
b. € 275 voor ieder niveau waarmee de lees-, schrijf-, spreek- of luistervaardigheid door een oudkomer, bedoeld onder a, is verbeterd;
c. € 1.375 voor iedere oudkomer met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 8 is gesloten maar die niet heeft voldaan aan alle verplichtingen, genoemd in die overeenkomst of die geen begintoets en eindtoets is afgenomen.
4. Het aantal oudkomers dat de minister bij het vaststellen van de bijdrage voor de variabele kosten betrekt, kan de prognose niet overtreffen.
5. In het geval het aantal oudkomers waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 8is gesloten, de prognose overtreft, betrekt de minister bij het vaststellen van de bijdrage, met inachtneming van het vierde lid, de oudkomers die het gemeentebestuur recht geven op een zo hoog mogelijke bijdrage.
2. De hoogte van de bijdrage voor de vaste kosten wordt vastgesteld overeenkomstig de hoogte van het voorschot voor de bijdrage voor de vaste kosten.
3. De hoogte van de bijdrage voor de variabele kosten wordt als volgt vastgesteld:
a. € 5.500 voor iedere oudkomer die aan alle verplichtingen, genoemd in de overeenkomst, bedoeld in artikel 8, heeft voldaan en die een begintoets en een eindtoets als bedoeld in artikel 9 is afgenomen;
b. € 275 voor ieder niveau waarmee de lees-, schrijf-, spreek- of luistervaardigheid door een oudkomer, bedoeld onder a, is verbeterd;
c. € 1.375 voor iedere oudkomer met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 8 is gesloten maar die niet heeft voldaan aan alle verplichtingen, genoemd in die overeenkomst of die geen begintoets en eindtoets is afgenomen.
4. Het aantal oudkomers dat de minister bij het vaststellen van de bijdrage voor de variabele kosten betrekt, kan de prognose niet overtreffen.
5. In het geval het aantal oudkomers waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 8is gesloten, de prognose overtreft, betrekt de minister bij het vaststellen van de bijdrage, met inachtneming van het vierde lid, de oudkomers die het gemeentebestuur recht geven op een zo hoog mogelijke bijdrage.