1. Twee of meer gemeentebesturen kunnen in het kader van de gemeentelijke uitvoering van deze regeling samenwerken in een samenwerkingsverband.
2. Indien zich de situatie, bedoeld in het eerste lid, voordoet:
a. wordt in artikel 1, onderdeel g, artikel 3, eerste, tweede en derde lid, artikel 4, eerste lid, artikel 8, artikel 9, eerste lid, artikel 10, eerste en tweede lid en artikel 11, eerste en tweede lid, artikel 12, vijfde lid, voor `gemeentebestuur' gelezen: samenwerkingsverband;
b. wordt in artikel 3, vierde lid, voor `de prognose' gelezen: de prognoses van de gemeentebesturen van het samenwerkingsverband;
c. wordt in artikel 4, tweede lid, voor `de prognose' gelezen: de prognoses van de gemeentebesturen van het samenwerkingsverband;
d. is de hoogte van het voorschot gelijk aan de optelsom van de voorschotten waarop de gemeentebesturen op grond van artikel 5 aanspraak zouden hebben indien zij niet hadden samengewerkt in het samenwerkingsverband;
e. verstrekt het samenwerkingsverband de informatie en bescheiden, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, per gemeente van het samenwerkingsverband;
f. wordt in artikel 11, eerste en tweede lid, voor `dat het de prognose wijzigt' gelezen: dat het de prognose van een of meerdere gemeentebesturen van het samenwerkingsverband wijzigt;
g. wordt in artikel 12, vierde lid en vijfde lid, voor `prognose' gelezen: het totaal van de prognoses van de gemeentebesturen van het samenwerkingsverband;
h. wordt bij het vaststellen van de bijdrage voor de variabele kosten het totaal van de resultaten van de gemeentebesturen van het samenwerkingsverband betrokken.