BWBR0014009
Geldig vanaf 2002-09-14
Artikel 10
Regeling inburgering oudkomers
1. Indien het gemeentebestuur een voorschot is verleend op grond van een aanvraag als bedoel in artikel 3, tweede lid, verstrekt het gemeentebestuur de minister de informatie en bescheiden over de gegevens die in de monitor worden gevraagd, uiterlijk 1 oktober 2003 over de periode van de datum waarop het voorschot is verleend tot en met juni 2003, uiterlijk 1 april 2004 over de periode juli 2003 tot en met december 2003, uiterlijk 1 april 2005 over de periode januari 2004 tot en met december 2004 en uiterlijk 1 oktober 2005 over de periode januari 2005 tot en met juni 2005.
2. Indien het gemeentebestuur een voorschot is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde lid, bepaalt de minister bij het verlenen van het voorschot wanneer en over welke periode het gemeentebestuur de minister de informatie en bescheiden verstrekt over de gegevens die in de monitor worden gevraagd.
3. De op grond van het eerste lid en tweede lid verstrekte informatie en bescheiden over de gegevens, die in de monitor over de periode januari 2005 tot en met juni 2005 worden gevraagd, zijn voorzien van een accountantsverklaring.
4. In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd:
a. het aantal oudkomers met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 8, is gesloten;
b. het aantal oudkomers dat een duaal traject heeft afgerond;
c. het aantal oudkomers dat een duaal traject voortijdig heeft beëindigd;
d. het niveau Nederlands als tweede taal van de oudkomers, bedoeld onder b, bij afronding van het duale traject ten opzichte van het niveau Nederlands als tweede taal bij de start van het duale traject.
5. De op grond van het eerste en tweede lid verstrekte informatie en bescheiden hebben alleen betrekking op duale trajecten die geheel of gedeeltelijk zijn bekostigd door een bijdrage als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
2. Indien het gemeentebestuur een voorschot is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde lid, bepaalt de minister bij het verlenen van het voorschot wanneer en over welke periode het gemeentebestuur de minister de informatie en bescheiden verstrekt over de gegevens die in de monitor worden gevraagd.
3. De op grond van het eerste lid en tweede lid verstrekte informatie en bescheiden over de gegevens, die in de monitor over de periode januari 2005 tot en met juni 2005 worden gevraagd, zijn voorzien van een accountantsverklaring.
4. In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd:
a. het aantal oudkomers met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 8, is gesloten;
b. het aantal oudkomers dat een duaal traject heeft afgerond;
c. het aantal oudkomers dat een duaal traject voortijdig heeft beëindigd;
d. het niveau Nederlands als tweede taal van de oudkomers, bedoeld onder b, bij afronding van het duale traject ten opzichte van het niveau Nederlands als tweede taal bij de start van het duale traject.
5. De op grond van het eerste en tweede lid verstrekte informatie en bescheiden hebben alleen betrekking op duale trajecten die geheel of gedeeltelijk zijn bekostigd door een bijdrage als bedoeld in artikel 3, eerste lid.