BWBR0013973
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 3
Warenwetbesluit Vruchtensappen
Bij de bereiding van de krachtens § 3aangeduide eet- en drinkwaren wordt uitsluitend gebruik gemaakt van één of meer van de volgende grondstoffen, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:
a. vruchten;
b. vruchtenmoes;
c. geconcentreerd vruchtenmoes;
d. suikers, met dien verstande dat: 1° van vruchten afkomstige suikers slechts gebruikt worden voor de bereiding van vruchtennectar;
2° de in artikel 1, onder d, 1° en 2°, bedoelde suikers die worden gebruikt voor de bereiding van vruchtensappen, minder dan 2% water bevatten;
1° van vruchten afkomstige suikers slechts gebruikt worden voor de bereiding van vruchtennectar;
2° de in artikel 1, onder d, 1° en 2°, bedoelde suikers die worden gebruikt voor de bereiding van vruchtensappen, minder dan 2% water bevatten;
e. honing;
f. pulp of cellen.
a. vruchten;
b. vruchtenmoes;
c. geconcentreerd vruchtenmoes;
d. suikers, met dien verstande dat: 1° van vruchten afkomstige suikers slechts gebruikt worden voor de bereiding van vruchtennectar;
2° de in artikel 1, onder d, 1° en 2°, bedoelde suikers die worden gebruikt voor de bereiding van vruchtensappen, minder dan 2% water bevatten;
1° van vruchten afkomstige suikers slechts gebruikt worden voor de bereiding van vruchtennectar;
2° de in artikel 1, onder d, 1° en 2°, bedoelde suikers die worden gebruikt voor de bereiding van vruchtensappen, minder dan 2% water bevatten;
e. honing;
f. pulp of cellen.