BWBR0013863
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 15
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
1. De opheffing van de bedrijfslichamen tast de rechtskracht van de door deze lichamen wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de bedrijfslichamen oefent de voorzitter van het hoofdbedrijfschap zo nodig de in artikel 127van de wet toegekende bevoegdheden uit.
3. Het hoofdbedrijfschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als in het derde lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127van de wet van overeenkomstige toepassing.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de bedrijfslichamen oefent de voorzitter van het hoofdbedrijfschap zo nodig de in artikel 127van de wet toegekende bevoegdheden uit.
3. Het hoofdbedrijfschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als in het derde lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127van de wet van overeenkomstige toepassing.