BWBR0013863
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 10
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
1. Onverminderd het tweede en derde lid, worden door het hoofdbedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen vastgesteld naar één van de volgende grondslagen:
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld bereikte omzet of onderdelen daarvan.
2. Heffingen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 126, vierde lidvan de wet, kunnen, behoudens een krachtens het eerste lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.
4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld bereikte omzet of onderdelen daarvan.
2. Heffingen, met uitzondering van die bedoeld in artikel 126, vierde lidvan de wet, kunnen, behoudens een krachtens het eerste lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.
4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.