BWBR0013863
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 11
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
1. Het Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf en het Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf zijn opgeheven.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bedrijfslichamen verstaan: de in het eerste lid genoemde bedrijfschappen.
3. Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in de bijlage Avermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht tot de datum waarop de door het hoofdbedrijfschap inzake deze materies vastgestelde verordeningen en andere besluiten in werking zullen treden.
4. De rechten, lasten en verplichtingen van de bedrijfslichamen ten opzichte van hun personeel, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
5. De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het hoofdbedrijfschap.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bedrijfslichamen verstaan: de in het eerste lid genoemde bedrijfschappen.
3. Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in de bijlage Avermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht tot de datum waarop de door het hoofdbedrijfschap inzake deze materies vastgestelde verordeningen en andere besluiten in werking zullen treden.
4. De rechten, lasten en verplichtingen van de bedrijfslichamen ten opzichte van hun personeel, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
5. De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het hoofdbedrijfschap.