BWBR0013854
Geldig vanaf 2002-11-01
Artikel 6
Wet bereikbaarheid en mobiliteit
1. Een verschuldigd geworden mobiliteitstarief wordt op aangifte voldaan, voor zover dat tarief niet op aangifte is voldaan op de voet van het vierde lid.
2. Het passeren van een betaalpoort met een motorrijtuig wordt aangemerkt als het doen van aangifte.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>wordt het verschuldigd geworden mobiliteitstarief onverwijld na het doen van aangifte betaald. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën worden nadere regels gesteld inzake de voldoening.
4. Een mobiliteitstarief kan op elektronische wijze worden geheven. De aangifte wordt alsdan op elektronische wijze gedaan op het tijdstip dat een betaalpoort wordt gepasseerd, door het in werking stellen van op de betaalpoort aanwezige betalingsapparatuur gelijktijdig met betaling van het verschuldigde mobiliteitstarief. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën worden nadere regels gesteld inzake de elektronische aangifte en voldoening.
5. <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Hoofdstuk II van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>is niet van toepassing op de in het tweede en het vierde lid bedoelde aangiften.
2. Het passeren van een betaalpoort met een motorrijtuig wordt aangemerkt als het doen van aangifte.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>wordt het verschuldigd geworden mobiliteitstarief onverwijld na het doen van aangifte betaald. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën worden nadere regels gesteld inzake de voldoening.
4. Een mobiliteitstarief kan op elektronische wijze worden geheven. De aangifte wordt alsdan op elektronische wijze gedaan op het tijdstip dat een betaalpoort wordt gepasseerd, door het in werking stellen van op de betaalpoort aanwezige betalingsapparatuur gelijktijdig met betaling van het verschuldigde mobiliteitstarief. Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën worden nadere regels gesteld inzake de elektronische aangifte en voldoening.
5. <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Hoofdstuk II van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>is niet van toepassing op de in het tweede en het vierde lid bedoelde aangiften.