BWBR0013854
Geldig vanaf 2002-11-01
Artikel 18
Wet bereikbaarheid en mobiliteit
1. Indien een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, feitelijk en niet geheel voorbijgaand ter beschikking staat van een ander dan degene op wiens naam het opgegeven kenteken is gesteld, kan de inspecteur die ander:
a. op gezamenlijk verzoek aanmerken als degene die het motorrijtuig houdt;
b. ambtshalve aanmerken als degene die het motorrijtuig houdt.
2. De inspecteur neemt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de beslissing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij voor bezwaar vatbare beschikking.
a. op gezamenlijk verzoek aanmerken als degene die het motorrijtuig houdt;
b. ambtshalve aanmerken als degene die het motorrijtuig houdt.
2. De inspecteur neemt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de beslissing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij voor bezwaar vatbare beschikking.