BWBR0013854
Geldig vanaf 2002-11-01
Artikel 36
Wet bereikbaarheid en mobiliteit
1. Het oprichten of wijzigen van een in artikel 3, eerste lid, bedoelde betaalpoort wordt voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut.
2. Indien voor de uitvoering van een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>noodzakelijk is, geldt het volgende:
a. in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting wordt gehouden;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting wordt gehouden;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen persoon;
b. in afwijking van de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt het college van gedeputeerde staten niet gehoord;
c. in afwijking van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort tot het tijdstip waarop de termijn voor het indienen van een beroepschrift verstrijkt.
2. Indien voor de uitvoering van een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit toepassing van de <a href="/wet/BWBR0001936" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Belemmeringenwet Privaatrecht</a>noodzakelijk is, geldt het volgende:
a. in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht, kan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting wordt gehouden;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting wordt gehouden;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen persoon;
b. in afwijking van de artikelen 2, vijfde lid, en 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt het college van gedeputeerde staten niet gehoord;
c. in afwijking van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht wordt de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort tot het tijdstip waarop de termijn voor het indienen van een beroepschrift verstrijkt.