BWBR0013851
Geldig vanaf 2002-07-07
Artikel 6
Regeling eenmalig project herintroductie otters
1. De aanvraag voor een schadevergoeding als bedoeld in artikel 4gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
een bewijs van het zijn van beroepsvisser, zijnde in het geval van het eerste lid, onderdeel g, onder 1, een bewijs van lidmaatschap van een vissersbond waaruit blijkt dat het lidmaatschap dateert van voor 2 juni 2002 en in het geval van het eerste lid, onderdeel g, onder 2, bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de aldaar genoemde inkomenseis wordt voldaan;
een opgave van het aantal en type aal - of schubvisfuiken;
bewijs van aankoop van stopgrids of keerwanden;
bewijs dat de visser gerechtigd is in het in artikel 2 omschreven gebied te vissen;
een afschrift van de grote visakte, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Visserijwet 1963;
een kopie van een legitimatiebewijs van de aanvrager.
2. Indien een schadevergoeding wordt gevraagd voor de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, levert de beroepsvisser op een nader door de minister te bepalen tijdstip de bedoelde netten in bij directie Oost.
3. De aanvraag voor een schadevergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, wordt door middel van een daartoe bestemd formulier tussen 1 september en 1 oktober 2002 ingediend bij directie Oost.
4. De aanvraag voor een schadevergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt door middel van een daartoe bestemd formulier gedurende de looptijd van het project jaarlijks tussen 1 september en 1 oktober ingediend bij directie Oost.
een bewijs van het zijn van beroepsvisser, zijnde in het geval van het eerste lid, onderdeel g, onder 1, een bewijs van lidmaatschap van een vissersbond waaruit blijkt dat het lidmaatschap dateert van voor 2 juni 2002 en in het geval van het eerste lid, onderdeel g, onder 2, bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de aldaar genoemde inkomenseis wordt voldaan;
een opgave van het aantal en type aal - of schubvisfuiken;
bewijs van aankoop van stopgrids of keerwanden;
bewijs dat de visser gerechtigd is in het in artikel 2 omschreven gebied te vissen;
een afschrift van de grote visakte, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Visserijwet 1963;
een kopie van een legitimatiebewijs van de aanvrager.
2. Indien een schadevergoeding wordt gevraagd voor de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, levert de beroepsvisser op een nader door de minister te bepalen tijdstip de bedoelde netten in bij directie Oost.
3. De aanvraag voor een schadevergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, wordt door middel van een daartoe bestemd formulier tussen 1 september en 1 oktober 2002 ingediend bij directie Oost.
4. De aanvraag voor een schadevergoeding als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt door middel van een daartoe bestemd formulier gedurende de looptijd van het project jaarlijks tussen 1 september en 1 oktober ingediend bij directie Oost.