BWBR0013851
Geldig vanaf 2002-07-07
Artikel 4
Regeling eenmalig project herintroductie otters
1. Een beroepsvisser komt in aanmerking voor vergoeding van de volgende schade:
a. kosten van het verwerven, aanbrengen en onderhouden van stopgrids en keerwanden in fuiken;
b. overige schade, zoals vangstderving, extra bedrijfskosten en extra werkzaamheden;
c. waarde van de netten die zijn bestemd voor de vangst van schubvis en die door de verplichting van het aanbrengen van een stopgrid of keerwant daarvoor onbruikbaar zijn geworden.
2. De vergoeding bedraagt:
a. voor de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, eenmalig € 54,45 (exclusief BTW) per fuik;
b. voor de schade, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, € 41 (exclusief BTW) per fuik per kalenderjaar gedurende de looptijd van het project;
c. voor de waarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, eenmalig € 113,45 (exclusief BTW) per fuik.
a. kosten van het verwerven, aanbrengen en onderhouden van stopgrids en keerwanden in fuiken;
b. overige schade, zoals vangstderving, extra bedrijfskosten en extra werkzaamheden;
c. waarde van de netten die zijn bestemd voor de vangst van schubvis en die door de verplichting van het aanbrengen van een stopgrid of keerwant daarvoor onbruikbaar zijn geworden.
2. De vergoeding bedraagt:
a. voor de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, eenmalig € 54,45 (exclusief BTW) per fuik;
b. voor de schade, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, € 41 (exclusief BTW) per fuik per kalenderjaar gedurende de looptijd van het project;
c. voor de waarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, eenmalig € 113,45 (exclusief BTW) per fuik.