1. De minister kan de beslissing tot verlening van schadevergoeding intrekken of ten nadele van degene die een aanvraag als bedoeld in de artikelen 6of 7heeft ingediend wijzigen:
a. indien de beslissing onjuist was en degene die een aanvraag heeft ingediend dit wist of behoorde te weten;
b. indien een beroepsvisser of visser niet heeft voldaan aan de in de artikelen 2, 9 of de in artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen;
c. indien het project voortijdig wordt beëindigd;
d. indien een beroepsvisser gedurende de looptijd van het project geen rechthebbende meer is op een visrecht van een water dat is gelegen in het in artikel 2 omschreven gebied of niet meer is voorzien van een schriftelijke vergunning van een rechthebbende op een visrecht in het in artikel 2 omschreven gebied of niet meer in het bezit is van een geldige grote visakte.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt de schadevergoeding naar evenredigheid bepaald aan de hand van de duur van het project of de duur van de deelname en het in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, genoemde bedrag.
3. De
artikelen 4:52,
4:56en
4:57 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van een schadevergoeding op basis van deze regeling.
4. Bij terugvordering worden onverschuldigd betaalde bedragen ter zake van de schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente over het teveel betaalde te rekenen vanaf de datum van de eerste betaling.