BWBR0013784
Geldig vanaf 2002-06-22
Artikel 5)
Subsidieprogramma CO2-reductie personenvervoer
a) De rangschikking van zowel investeringsprojecten als toepassingsprojecten wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger gewaardeerd wordt naarmate het subsidie-effectiever is;
de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10 % op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend.
de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger gewaardeerd wordt naarmate het subsidie-effectiever is;
de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10 % op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend.
b) De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: de mate waarin een effect op de CO2-emissiereductie kan worden verwacht;
de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;
de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren. De hiervoor genoemde criteria gelden als onderling gelijkwaardig.
de mate waarin een effect op de CO2-emissiereductie kan worden verwacht;
de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;
de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren.
de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10 % op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend.
de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger gewaardeerd wordt naarmate het subsidie-effectiever is;
de innovativiteit, in die zin dat voor projecten met een innovatief karakter waarbij sprake is van een groot herhalingspotentieel een voordeel van maximaal 10 % op de subsidie-effectiviteit kan worden toegekend.
b) De rangschikking van kennisoverdrachtprojecten wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: de mate waarin een effect op de CO2-emissiereductie kan worden verwacht;
de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;
de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren. De hiervoor genoemde criteria gelden als onderling gelijkwaardig.
de mate waarin een effect op de CO2-emissiereductie kan worden verwacht;
de mate waarin de doelgroep wordt bereikt;
de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
de technische haalbaarheid, in die zin dat voorzover er sprake is van een project met een zeker technisch gehalte het moet gaan om activiteiten op basis van een bewezen technologie;
de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel organisatorisch als financieel uit te voeren.