BWBR0013770
Geldig vanaf 2002-06-22
Artikel 7
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren gemeente Utrecht 2002
1. Het hoofd van het stafbureau van de reinigings- en havendienst van de gemeente Utrecht brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.