BWBR0013770
Geldig vanaf 2002-06-22
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren gemeente Utrecht 2002
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten(WED) genoemde wetten, alsmede de artikelen 26, 33en 34 van de WED; de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de Woningwet; de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 435, onder ten vierde, en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
Andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Utrecht.
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
Andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Utrecht.