BWBR0013738
Geldig vanaf 2002-08-29
Artikel 20
Gemeenschappelijke regeling Letterhoeke
1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een ontwerpbegroting met toelichting op voor het volgende kalenderjaar met inachtneming van het archiefbeleid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid en met inachtneming van de afspraken, bedoeld in artikel 19, vierde lid.
2. In de toelichting worden de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. De toelichting verwijst daarbij naar en sluit aan bij de afspraken bedoeld in artikel 19, vierde lid, alsmede de andere in het meerjarig beleidsplan en het meerjarig activiteitenplan beschreven activiteiten, wijze van uitvoering en doelgroepen.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en -toelichting zes weken, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de minister en aan provinciale staten.
5. De ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de minister en gedeputeerde staten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzage legging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
6. De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en toelichting kenbaar maken. Het dagelijks bestuur verwerkt deze zienswijze in de ontwerpbegroting en -toelichting, dan wel voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en -toelichting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
7. Het algemeen bestuur stelt de begroting met toelichting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting dient.
8. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, ter goedkeuring, de begroting met toelichting onverwijld aan de minister en provinciale staten.
9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting met toelichting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In de toelichting worden de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. De toelichting verwijst daarbij naar en sluit aan bij de afspraken bedoeld in artikel 19, vierde lid, alsmede de andere in het meerjarig beleidsplan en het meerjarig activiteitenplan beschreven activiteiten, wijze van uitvoering en doelgroepen.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en -toelichting zes weken, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de minister en aan provinciale staten.
5. De ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de minister en gedeputeerde staten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzage legging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
6. De minister en provinciale staten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en toelichting kenbaar maken. Het dagelijks bestuur verwerkt deze zienswijze in de ontwerpbegroting en -toelichting, dan wel voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en -toelichting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
7. Het algemeen bestuur stelt de begroting met toelichting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting dient.
8. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, ter goedkeuring, de begroting met toelichting onverwijld aan de minister en provinciale staten.
9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting met toelichting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.