BWBR0013697
Geldig vanaf 2002-05-26
Artikel 12
Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002
1. De budgethouder dient per geval een aanvraag in voor een bijdrage ter vergoeding van de kosten van subsidie aan derden ten behoeve van de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen waarvan de sanering urgent is, dan wel wanneer activiteiten worden verricht waarvoor sanering verplicht is.
2. Een aanvraag om een bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid dient:
a. een concept van de beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, die de budgethouder voornemens is af te geven, te bevatten. Tevens meldt hij welke aanvragen tot subsidieverlening hij op dat moment heeft ontvangen.
b. de gegevens, als bedoeld in bijlage 6 te bevatten.
3. De minister kan de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen, indien:
a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid;
b. de budgethouder de subsidieverordening overeenkomstig het door de minister vastgestelde model heeft opgesteld.
4. De budgethouder kan schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid onder b, en kan worden ingediend indien en voor zover de budgethouder voorziet dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van de wet en deze regeling zijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen.
2. Een aanvraag om een bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid dient:
a. een concept van de beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, die de budgethouder voornemens is af te geven, te bevatten. Tevens meldt hij welke aanvragen tot subsidieverlening hij op dat moment heeft ontvangen.
b. de gegevens, als bedoeld in bijlage 6 te bevatten.
3. De minister kan de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen, indien:
a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid;
b. de budgethouder de subsidieverordening overeenkomstig het door de minister vastgestelde model heeft opgesteld.
4. De budgethouder kan schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid onder b, en kan worden ingediend indien en voor zover de budgethouder voorziet dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van de wet en deze regeling zijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen.