BWBR0013671
Geldig vanaf 2002-05-25
Artikel 9
Regeling verbreding onderwijskansenbeleid
1. De gemeente is verantwoordelijk voor de implementatie van een schoolspecifieke onderwijskansenaanpak en de realisatie van de in het plan van aanpak opgenomen doelstellingen.
2. Uiterlijk op 1 augustus 2004 zendt de gemeente een tussenrapportage in waaruit blijkt in hoeverre de in het plan van aanpak geformuleerde doelstellingen en (tussen)resultaten zijn gerealiseerd. In deze tussenrapportage dienen tevens te worden vermeld:
a. de gegevens per schooljaar binnen de betrokken school of scholen op de eindtoets voor groep 8, uitgesplitst naar drie categorieën leerlingen als bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO: zonder gewicht, 0.25 en 0.9 alsmede de gegevens per schooljaar op de toetsgroep 2 van het leerlingvolgsysteem, eveneens uitgesplitst naar voornoemde categorieën leerlingen.
b. de examengegevens per jaar binnen het voortgezet onderwijs.
3. Uiterlijk 1 november 2006 zendt de gemeente een financiële verantwoording in waaruit blijkt dat de specifieke uitkering overeenkomstig deze regeling is besteed alsmede een eindrapportage waaruit blijkt in hoeverre de in het plan van aanpak geformuleerde doelstellingen en de resultaten zijn gerealiseerd. In deze eindrapportage dienen tevens de in de tweede lid, onder a en b genoemde elementen te worden vermeld. Indien de totale specifieke uitkering op basis van deze regeling voor een gemeente meer bedraagt dan € 45.500 gaat de financiële verantwoording vergezeld van een verklaring omtrent de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De Minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring en de financiële verantwoording.
4. De minister kan de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de financiële verantwoording niet blijkt dat deze is besteed in overeenstemming met deze regeling.
2. Uiterlijk op 1 augustus 2004 zendt de gemeente een tussenrapportage in waaruit blijkt in hoeverre de in het plan van aanpak geformuleerde doelstellingen en (tussen)resultaten zijn gerealiseerd. In deze tussenrapportage dienen tevens te worden vermeld:
a. de gegevens per schooljaar binnen de betrokken school of scholen op de eindtoets voor groep 8, uitgesplitst naar drie categorieën leerlingen als bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO: zonder gewicht, 0.25 en 0.9 alsmede de gegevens per schooljaar op de toetsgroep 2 van het leerlingvolgsysteem, eveneens uitgesplitst naar voornoemde categorieën leerlingen.
b. de examengegevens per jaar binnen het voortgezet onderwijs.
3. Uiterlijk 1 november 2006 zendt de gemeente een financiële verantwoording in waaruit blijkt dat de specifieke uitkering overeenkomstig deze regeling is besteed alsmede een eindrapportage waaruit blijkt in hoeverre de in het plan van aanpak geformuleerde doelstellingen en de resultaten zijn gerealiseerd. In deze eindrapportage dienen tevens de in de tweede lid, onder a en b genoemde elementen te worden vermeld. Indien de totale specifieke uitkering op basis van deze regeling voor een gemeente meer bedraagt dan € 45.500 gaat de financiële verantwoording vergezeld van een verklaring omtrent de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De Minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring en de financiële verantwoording.
4. De minister kan de specifieke uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de financiële verantwoording niet blijkt dat deze is besteed in overeenstemming met deze regeling.