BWBR0013660
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 5
Instellingsbesluit Productschap Dranken
1. Het productschap heeft commissies voor aangelegenheden in de:
a. frisdranken-, siropen- en watersector, te weten de Commissie voor frisdranken en waters;
b. biersector, te weten de Commissie voor bier;
c. gedistilleerdsector, te weten de Commissie voor gedistilleerd;
d. slijtersector, te weten de Commissie voor slijters.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden benoemen van de in artikel 7 tot en met artikel 10genoemde commissies, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.
a. frisdranken-, siropen- en watersector, te weten de Commissie voor frisdranken en waters;
b. biersector, te weten de Commissie voor bier;
c. gedistilleerdsector, te weten de Commissie voor gedistilleerd;
d. slijtersector, te weten de Commissie voor slijters.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden benoemen van de in artikel 7 tot en met artikel 10genoemde commissies, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.