BWBR0013642
Geldig vanaf 2023-08-25
Artikel 3c
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting
1. In dit artikel wordt verstaan onder erfelijke aandoening: een aandoening ter zake waarvan uit een professionele standaard als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0037173" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg</a>, voortvloeit dat personen met een risico op erfelijke aanleg voor die aandoening daarover dienen te worden geïnformeerd.
2. Een arts die werkzaam is in een instelling met een vergunning krachtens de <a href="/wet/BWBR0008974" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op bijzondere medische verrichtingen</a>voor het verrichten van klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035311/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel h, van de Regeling aanwijzing bijzondere medische verrichtingen</a>, en die geconstateerd heeft dat ten aanzien van een persoon die een donor als bedoeld in deze wet is, sprake is van een erfelijke aandoening, doet hiervan mededeling aan het College.
3. Naar aanleiding van de in het tweede lid bedoelde mededeling verstrekt het College aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, indien het College over die gegevens beschikt vanwege een eerder ingediend verzoek als bedoeld in deze paragraaf, en indien aan de orde de persoonsidentificerende gegevens van de donor. Indien het College niet over de gegevens beschikt van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, verstrekt het aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van de vrouw bij wie kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de geslachtscellen van de betreffende donor om de arts in staat te stellen te kunnen voldoen aan de in het eerste lid bedoelde professionele standaard.
4. Het College informeert de verrichter of verrichters die gebruik hebben gemaakt van de geslachtscellen van de donor ten aanzien van wie de mededeling is gedaan, over de betreffende mededeling.
2. Een arts die werkzaam is in een instelling met een vergunning krachtens de <a href="/wet/BWBR0008974" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op bijzondere medische verrichtingen</a>voor het verrichten van klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035311/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel h, van de Regeling aanwijzing bijzondere medische verrichtingen</a>, en die geconstateerd heeft dat ten aanzien van een persoon die een donor als bedoeld in deze wet is, sprake is van een erfelijke aandoening, doet hiervan mededeling aan het College.
3. Naar aanleiding van de in het tweede lid bedoelde mededeling verstrekt het College aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, indien het College over die gegevens beschikt vanwege een eerder ingediend verzoek als bedoeld in deze paragraaf, en indien aan de orde de persoonsidentificerende gegevens van de donor. Indien het College niet over de gegevens beschikt van degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting waarbij gebruik is gemaakt van de geslachtscellen van de betreffende donor, verstrekt het aan de arts de persoonsidentificerende gegevens van de vrouw bij wie kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van de geslachtscellen van de betreffende donor om de arts in staat te stellen te kunnen voldoen aan de in het eerste lid bedoelde professionele standaard.
4. Het College informeert de verrichter of verrichters die gebruik hebben gemaakt van de geslachtscellen van de donor ten aanzien van wie de mededeling is gedaan, over de betreffende mededeling.