BWBR0013642
Geldig vanaf 2023-08-25
Artikel 3
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting
1. Het College verstrekt de bij hem berustende gegevens van de betrokken donor:
a. aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, op zijn verzoek, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
b. aan de ouders of een van hen van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, op hun verzoek, indien het kind de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt en voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.
2. De persoonsidentificerende gegevens van de donor worden aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden. De naar aanleiding van deze belangenafweging te nemen beslissing wordt door het College genomen na daarover advies te hebben ingewonnen van een adviescommissie, tenzij naar het oordeel van het College de noodzaak daartoe ontbreekt.
3. Indien de donor is overleden dan wel onvindbaar is, wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, geacht te zijn geweigerd, tenzij de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij het ontbreken van een van hen, een bloedverwant in de eerste of tweede graad, schriftelijk instemt met de verstrekking van de persoonsidentificerende gegevens. Na een weigering in te stemmen worden de in de eerste volzin bedoelde personen in de gelegenheid gesteld de belangen van de donor bij niet-verstrekking naar voren te brengen.
4. Het bestuur van het College stelt de donor onverwijld schriftelijk in kennis van een voorgenomen verstrekking van zijn persoonsgegevens, alsmede van de gronden waarop dit voornemen berust. Tegen de voorgenomen verstrekking kan de donor bezwaar maken bij het College. Verstrekking geschiedt, indien deze niet berust op instemming van de donor, niet dan nadat de beslissing op het bezwaar onherroepelijk is geworden. Indien verstrekking van de persoonsgegevens achterwege blijft op de grond, bedoeld in het slot van het tweede lid, kan de aanvrager tegen het daartoe strekkende besluit bezwaar maken bij het College.
5. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing ten aanzien van de donor.
6. Van een verstrekking van gegevens van de donor aan een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, worden de ouders op de hoogte gesteld. Aan de minderjarige wordt hiervan mededeling gedaan. Op verzoek van beide ouders of van een van hen worden deze gegevens eveneens aan hen verstrekt.
7. Het College draagt zorg voor deskundige begeleiding bij de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid.
8. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bescheiden een verzoek tot verstrekking van gegevens van de donor moeten vergezellen.
9. Het College stelt bij reglement in ieder geval regels vast omtrent de samenstelling van de adviescommissie, die tot taak heeft te adviseren over de beoordeling van door de donor aangevoerde zwaarwegende belangen als bedoeld in het tweede lid.
a. aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, op zijn verzoek, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
b. aan de ouders of een van hen van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, op hun verzoek, indien het kind de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt en voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.
2. De persoonsidentificerende gegevens van de donor worden aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden. De naar aanleiding van deze belangenafweging te nemen beslissing wordt door het College genomen na daarover advies te hebben ingewonnen van een adviescommissie, tenzij naar het oordeel van het College de noodzaak daartoe ontbreekt.
3. Indien de donor is overleden dan wel onvindbaar is, wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, geacht te zijn geweigerd, tenzij de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij het ontbreken van een van hen, een bloedverwant in de eerste of tweede graad, schriftelijk instemt met de verstrekking van de persoonsidentificerende gegevens. Na een weigering in te stemmen worden de in de eerste volzin bedoelde personen in de gelegenheid gesteld de belangen van de donor bij niet-verstrekking naar voren te brengen.
4. Het bestuur van het College stelt de donor onverwijld schriftelijk in kennis van een voorgenomen verstrekking van zijn persoonsgegevens, alsmede van de gronden waarop dit voornemen berust. Tegen de voorgenomen verstrekking kan de donor bezwaar maken bij het College. Verstrekking geschiedt, indien deze niet berust op instemming van de donor, niet dan nadat de beslissing op het bezwaar onherroepelijk is geworden. Indien verstrekking van de persoonsgegevens achterwege blijft op de grond, bedoeld in het slot van het tweede lid, kan de aanvrager tegen het daartoe strekkende besluit bezwaar maken bij het College.
5. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing ten aanzien van de donor.
6. Van een verstrekking van gegevens van de donor aan een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, worden de ouders op de hoogte gesteld. Aan de minderjarige wordt hiervan mededeling gedaan. Op verzoek van beide ouders of van een van hen worden deze gegevens eveneens aan hen verstrekt.
7. Het College draagt zorg voor deskundige begeleiding bij de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid.
8. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bescheiden een verzoek tot verstrekking van gegevens van de donor moeten vergezellen.
9. Het College stelt bij reglement in ieder geval regels vast omtrent de samenstelling van de adviescommissie, die tot taak heeft te adviseren over de beoordeling van door de donor aangevoerde zwaarwegende belangen als bedoeld in het tweede lid.