BWBR0013642
Geldig vanaf 2023-08-25
Artikel 12
Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting
1. De op het tijdstip waarop artikel 4in werking treedt bij natuurlijke personen of rechtspersonen aanwezige gegevens, bedoeld in artikel 2, worden aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting of het College overdragen.
2. Tot de volledige inwerkingtreding van de wet kan de donor die voorafgaande aan de volledige inwerkingtreding daarvan zaadcellen of eicellen heeft afgestaan, op schrift verklaren dat de op hem betrekking hebbende gegevens inzake geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats niet worden verstrekt aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige bevruchting of aan diens ouders, indien een verzoek daartoe wordt gedaan. De verklaring wordt door de verrichter aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting of het College verstrekt.
3. De in het tweede lid bedoelde gegevens omtrent een donor die een verklaring als bedoeld in het tweede lid niet heeft afgelegd worden niet verstrekt aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige bevruchting of aan diens ouders dan met instemming van de donor.
4. Gegevens omtrent fysieke kenmerken, opleiding en beroep, alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en omtrent persoonlijke kenmerken, worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 2, derde lid, en 3, eerste lid, onderdelen a en b, en zesde en zevende lid.
5. Het College verzoekt een andere persoon dan de donor om de instemming, bedoeld in het derde lid, indien de donor is overleden en de donor het College toestemming heeft verleend om na zijn overlijden die andere persoon voor het vragen van instemming te benaderen. Bij de gegevensverwerking die noodzakelijk is voor de uitvoering hiervan kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer van die andere persoon.
2. Tot de volledige inwerkingtreding van de wet kan de donor die voorafgaande aan de volledige inwerkingtreding daarvan zaadcellen of eicellen heeft afgestaan, op schrift verklaren dat de op hem betrekking hebbende gegevens inzake geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats niet worden verstrekt aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige bevruchting of aan diens ouders, indien een verzoek daartoe wordt gedaan. De verklaring wordt door de verrichter aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting of het College verstrekt.
3. De in het tweede lid bedoelde gegevens omtrent een donor die een verklaring als bedoeld in het tweede lid niet heeft afgelegd worden niet verstrekt aan degene die weet of vermoedt dat hij is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige bevruchting of aan diens ouders dan met instemming van de donor.
4. Gegevens omtrent fysieke kenmerken, opleiding en beroep, alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en omtrent persoonlijke kenmerken, worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 2, derde lid, en 3, eerste lid, onderdelen a en b, en zesde en zevende lid.
5. Het College verzoekt een andere persoon dan de donor om de instemming, bedoeld in het derde lid, indien de donor is overleden en de donor het College toestemming heeft verleend om na zijn overlijden die andere persoon voor het vragen van instemming te benaderen. Bij de gegevensverwerking die noodzakelijk is voor de uitvoering hiervan kan gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer van die andere persoon.