BWBR0013593
Geldig vanaf 2002-04-19
Artikel 10
Subsidieregeling infrastructuur technostarters
1. De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 9afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie infrastructuur technostarters.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. aannemelijk is, dat het technostartersproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het technostartersproject naar behoren uit te voeren;
c. in de activiteiten van het technostartersproject al wordt voorzien door niet-gesubsidieerde aanbieders.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een technostartersproject hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. het technostartersproject betrekking heeft op meer technostarters tegen zo laag mogelijk kosten;
b. regionale initiatieven ter stimulering van technostarters meer worden versterkt en gebundeld in samenwerking met deskundige derden als bedoeld in artikel 1, onder d;
c. er sterkere garanties zijn voor voortzetting van de resultaten van het technostartersproject na afloop van de looptijd van het technostartersproject.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. aannemelijk is, dat het technostartersproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het technostartersproject naar behoren uit te voeren;
c. in de activiteiten van het technostartersproject al wordt voorzien door niet-gesubsidieerde aanbieders.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een technostartersproject hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. het technostartersproject betrekking heeft op meer technostarters tegen zo laag mogelijk kosten;
b. regionale initiatieven ter stimulering van technostarters meer worden versterkt en gebundeld in samenwerking met deskundige derden als bedoeld in artikel 1, onder d;
c. er sterkere garanties zijn voor voortzetting van de resultaten van het technostartersproject na afloop van de looptijd van het technostartersproject.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.