BWBR0013537
Geldig vanaf 09-06-2002
Artikel 2
Verordening op de bedrijfscommissies 2002
1. De leden en de plaatsvervangende leden van een bedrijfscommissie worden benoemd voor een zittingsperiode van vier jaar. Zij treden tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de Raad.
3. Hij die tot lid of tot plaatsvervangend lid van een bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Ten minste zes maanden voor het begin van iedere zittingsperiode wint de Raad het advies in van de bedrijfscommissie inzake de vraag of er grond bestaat wijziging te brengen in de krachtens artikel 38 van de wet door de Raad gedane aanwijzing van organisaties dan wel bepaling van het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen. Van het inwinnen van het advies wordt door de Raad mededeling gedaan in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de Raad.
3. Hij die tot lid of tot plaatsvervangend lid van een bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Ten minste zes maanden voor het begin van iedere zittingsperiode wint de Raad het advies in van de bedrijfscommissie inzake de vraag of er grond bestaat wijziging te brengen in de krachtens artikel 38 van de wet door de Raad gedane aanwijzing van organisaties dan wel bepaling van het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen. Van het inwinnen van het advies wordt door de Raad mededeling gedaan in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013537
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl