BWBR0013537
Geldig vanaf 19-07-2013
Artikel 13a
Verordening op de bedrijfscommissies 2002
1. Iedere belanghebbende kan de bedrijfscommissie verzoeken te bemiddelen in geschillen met de ondernemer of de ondernemingsraad over de naleving door de ondernemer of de ondernemingsraad van hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald omtrent het instellen of in stand houden van een ondernemingsraad, het vaststellen van een voorlopig of een definitief reglement van de ondernemingsraad, de kandidaatstelling voor en de verkiezing van de leden van de ondernemingsraad, alsmede omtrent het bekend maken van agenda's en verslagen van vergaderingen, een en ander voor zover dit van de ondernemer of de ondernemingsraad afhangt.
2. De ondernemingsraad en de ondernemer kunnen de bedrijfscommissie verzoeken te bemiddelen in geschillen over de naleving door de ondernemer, onderscheidenlijk de ondernemingsraad, van hetgeen overigens bij of krachtens de wet is bepaald, een en ander voor zover dit van de ondernemer onderscheidenlijk de ondernemingsraad afhangt.
3. Een verzoek aan de bedrijfscommissie kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien het geschil eveneens is voorgelegd aan een gerechtelijke instantie.
4. Een verzoek aan de bedrijfscommissie kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien het geschil eveneens is voorgelegd aan haar scholingskamer.
5. Een verzoek om bemiddeling wordt schriftelijk gedaan. Onder schriftelijk wordt mede verstaan een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht.
6. De bedrijfscommissie stelt de wederpartij in de gelegenheid omtrent het verzoek te worden gehoord.
7. De bedrijfscommissie tracht een minnelijke schikking tussen partijen tot stand te brengen.
8. Indien geen minnelijke schikking wordt bereikt, brengt de bedrijfscommissie aan partijen schriftelijk verslag van haar bevindingen uit met een advies omtrent de oplossing van het geschil.
9. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de naleving van hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald met betrekking tot een centrale ondernemingsraad, een groepsondernemingsraad en een personeelsvertegenwoordiging.
2. De ondernemingsraad en de ondernemer kunnen de bedrijfscommissie verzoeken te bemiddelen in geschillen over de naleving door de ondernemer, onderscheidenlijk de ondernemingsraad, van hetgeen overigens bij of krachtens de wet is bepaald, een en ander voor zover dit van de ondernemer onderscheidenlijk de ondernemingsraad afhangt.
3. Een verzoek aan de bedrijfscommissie kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien het geschil eveneens is voorgelegd aan een gerechtelijke instantie.
4. Een verzoek aan de bedrijfscommissie kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien het geschil eveneens is voorgelegd aan haar scholingskamer.
5. Een verzoek om bemiddeling wordt schriftelijk gedaan. Onder schriftelijk wordt mede verstaan een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht.
6. De bedrijfscommissie stelt de wederpartij in de gelegenheid omtrent het verzoek te worden gehoord.
7. De bedrijfscommissie tracht een minnelijke schikking tussen partijen tot stand te brengen.
8. Indien geen minnelijke schikking wordt bereikt, brengt de bedrijfscommissie aan partijen schriftelijk verslag van haar bevindingen uit met een advies omtrent de oplossing van het geschil.
9. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de naleving van hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald met betrekking tot een centrale ondernemingsraad, een groepsondernemingsraad en een personeelsvertegenwoordiging.
- Citeren als
- Art. 13a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013537
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl