BWBR0013481
Geldig vanaf 2002-03-09
Artikel 4
Subsidieregeling technische assistentie in opkomende markten
1. Als projectkosten voor managementondersteuningsprojecten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het managementondersteuningsproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. advieskosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
b. internationale en lokale reiskosten van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
c. verblijfskosten van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
d. andere aan derden verschuldigde kosten tot een maximum van vijf procent van het totaal van de overige in dit artikellid bedoelde kosten.
2. Indien het managementondersteuningsproject een duur heeft van langer dan zes maanden aaneengesloten, worden als projectkosten bovendien in aanmerking genomen de volgende na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. internationale reiskosten van de partner en de minderjarige kinderen van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
b. kosten van het door de minderjarige kinderen van de adviseur in een opkomende markt volgen van volledig dagonderwijs, lokaal of internationaal, waaronder begrepen kleuteronderwijs vanaf de 4-jarige leeftijd, met uitzondering van wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs;
c. kosten die voor het volgen van het onder b genoemde onderwijs noodzakelijkerwijs verbonden zijn aan het verblijf in een internaat, een pension of aan kost en inwoning, indien het kind niet in dezelfde plaats als de adviseur verblijft.
3. Als projectkosten voor scholingsprojecten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het scholingsproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. aan een vakschool of opleidingsinstituut verschuldigde kosten ter zake van opleiding of training;
b. kosten van training in een bedrijf, met dien verstande dat per trainer wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
c. kosten voor de organisatie van of deelneming aan een seminar of stage;
d. reis- en verblijfskosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
e. andere aan derden verschuldigde kosten tot een maximum van tien procent van het totaal van de overige in dit artikellid bedoelde kosten.
a. advieskosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
b. internationale en lokale reiskosten van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
c. verblijfskosten van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
d. andere aan derden verschuldigde kosten tot een maximum van vijf procent van het totaal van de overige in dit artikellid bedoelde kosten.
2. Indien het managementondersteuningsproject een duur heeft van langer dan zes maanden aaneengesloten, worden als projectkosten bovendien in aanmerking genomen de volgende na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. internationale reiskosten van de partner en de minderjarige kinderen van de adviseur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
b. kosten van het door de minderjarige kinderen van de adviseur in een opkomende markt volgen van volledig dagonderwijs, lokaal of internationaal, waaronder begrepen kleuteronderwijs vanaf de 4-jarige leeftijd, met uitzondering van wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs;
c. kosten die voor het volgen van het onder b genoemde onderwijs noodzakelijkerwijs verbonden zijn aan het verblijf in een internaat, een pension of aan kost en inwoning, indien het kind niet in dezelfde plaats als de adviseur verblijft.
3. Als projectkosten voor scholingsprojecten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het scholingsproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. aan een vakschool of opleidingsinstituut verschuldigde kosten ter zake van opleiding of training;
b. kosten van training in een bedrijf, met dien verstande dat per trainer wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
c. kosten voor de organisatie van of deelneming aan een seminar of stage;
d. reis- en verblijfskosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de tarieven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1;
e. andere aan derden verschuldigde kosten tot een maximum van tien procent van het totaal van de overige in dit artikellid bedoelde kosten.