BWBR0013458
Geldig vanaf 2002-03-08
Artikel 6
Scholingsregeling BZK
1. De tegemoetkoming in de scholingskosten en het scholingsverlof, bedoeld in de artikelen 3en 4, alsmede de tegemoetkoming in de reiskosten, bedoeld in artikel 4, worden niet toegekend of verleend indien het budget dat aan het bevoegd gezag ter beschikking is gesteld voor het vergoeden van scholingskosten dit niet toelaat.
2. De tegemoetkoming in de scholingskosten en het scholingsverlof, bedoeld in de artikelen 3en 4, worden toegekend respectievelijk verleend voor een vastgestelde periode die ten hoogste gelijk is aan de normaal te achten duur van de scholing. Het bevoegd gezag kan de termijn verlengen en kan bepalen dat voor scholing die meer dan één jaar duurt, ieder jaar opnieuw een aanvraag dient te worden ingediend onder bijvoeging van de behaalde scholingsresultaten in het voorgaande jaar.
3. Het bevoegd gezag kan van de medewerker verlangen dat deze inzicht geeft in de voortgang van de scholing. Indien op grond van deze regeling aan de medewerker een vergoeding van of tegemoetkoming in de scholingskosten is toegekend of scholingsverlof is verleend, wordt de scholing en voortgang daarvan besproken in het functioneringsgesprek met de medewerker.
4. Het bevoegd gezag kan de tegemoetkoming in de scholingskosten, bedoeld in de artikelen 3en 4, in ieder geval intrekken:
a) a) indien naar zijn oordeel de medewerker onvoldoende inspanningen pleegt of onvoldoende resultaat behaalt in de scholing dan wel redelijkerwijs niet in staat wordt geacht de scholing binnen de vastgestelde termijn af te ronden;
b) b) indien de medewerker tussentijds het volgen van de scholing afbreekt;
c) c) bij ontslag of vertrek bij het ministerie door middel van overplaatsing, tijdens het volgen van de scholing. In de situaties, genoemd onder a en b, kan door het bevoegd gezag tevens het aan de medewerker verleende scholingsverlof worden ingetrokken. Toepassing van dit lid vindt niet plaats indien de medewerker aannemelijk maakt dat het onvoldoende resultaat of het afbreken van het volgen van de scholing niet aan eigen schuld of toedoen te wijten is.
5. Het bevoegd gezag kan bij toepassing van artikel 3of artikel 4nadere voorwaarden verbinden aan het volgen van de scholing door de medewerker. In dat geval bestaat slechts aanspraak op de tegemoetkoming in de scholingskosten, het scholingsverlof en de tegemoetkoming in de reiskosten, bedoeld in die artikelen, indien de medewerker tijdig schriftelijk heeft verklaard de desbetreffende voorwaarden te aanvaarden.
6. De vergoeding van respectievelijk de tegemoetkoming in de scholingskosten, bedoeld in artikel 2respectievelijk artikel 3en artikel 4, wordt slechts toegekend nadat de medewerker schriftelijk heeft verklaard dat hij bekend is met de verplichting tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling, bedoeld in artikel 7.
2. De tegemoetkoming in de scholingskosten en het scholingsverlof, bedoeld in de artikelen 3en 4, worden toegekend respectievelijk verleend voor een vastgestelde periode die ten hoogste gelijk is aan de normaal te achten duur van de scholing. Het bevoegd gezag kan de termijn verlengen en kan bepalen dat voor scholing die meer dan één jaar duurt, ieder jaar opnieuw een aanvraag dient te worden ingediend onder bijvoeging van de behaalde scholingsresultaten in het voorgaande jaar.
3. Het bevoegd gezag kan van de medewerker verlangen dat deze inzicht geeft in de voortgang van de scholing. Indien op grond van deze regeling aan de medewerker een vergoeding van of tegemoetkoming in de scholingskosten is toegekend of scholingsverlof is verleend, wordt de scholing en voortgang daarvan besproken in het functioneringsgesprek met de medewerker.
4. Het bevoegd gezag kan de tegemoetkoming in de scholingskosten, bedoeld in de artikelen 3en 4, in ieder geval intrekken:
a) a) indien naar zijn oordeel de medewerker onvoldoende inspanningen pleegt of onvoldoende resultaat behaalt in de scholing dan wel redelijkerwijs niet in staat wordt geacht de scholing binnen de vastgestelde termijn af te ronden;
b) b) indien de medewerker tussentijds het volgen van de scholing afbreekt;
c) c) bij ontslag of vertrek bij het ministerie door middel van overplaatsing, tijdens het volgen van de scholing. In de situaties, genoemd onder a en b, kan door het bevoegd gezag tevens het aan de medewerker verleende scholingsverlof worden ingetrokken. Toepassing van dit lid vindt niet plaats indien de medewerker aannemelijk maakt dat het onvoldoende resultaat of het afbreken van het volgen van de scholing niet aan eigen schuld of toedoen te wijten is.
5. Het bevoegd gezag kan bij toepassing van artikel 3of artikel 4nadere voorwaarden verbinden aan het volgen van de scholing door de medewerker. In dat geval bestaat slechts aanspraak op de tegemoetkoming in de scholingskosten, het scholingsverlof en de tegemoetkoming in de reiskosten, bedoeld in die artikelen, indien de medewerker tijdig schriftelijk heeft verklaard de desbetreffende voorwaarden te aanvaarden.
6. De vergoeding van respectievelijk de tegemoetkoming in de scholingskosten, bedoeld in artikel 2respectievelijk artikel 3en artikel 4, wordt slechts toegekend nadat de medewerker schriftelijk heeft verklaard dat hij bekend is met de verplichting tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling, bedoeld in artikel 7.