1. Aan de medewerker die op eigen initiatief scholing gaat volgen die naar het oordeel van het bevoegd gezag in overwegende mate strekt in het persoonlijke belang van de medewerker en in geringere mate in het belang van de dienst, kan op aanvraag van de medewerker door het bevoegd gezag met toepassing van
artikel 60 van het ARAReen tegemoetkoming in de scholingskosten worden toegekend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag er aanwijsbaar voldoende raakvlakken zijn met de functie, de ontwikkeling of de loopbaanperspectieven van de medewerker.
2. Het oordeel, bedoeld in het eerste lid, komt zo mogelijk tot stand op basis van een gevoerd functioneringsgesprek of een vastgestelde beoordeling.
3. Bij toepassing van het eerste lid bedraagt de tegemoetkoming ten hoogste 50% van:
a) de inschrijvingskosten, cursus- en lesgelden,
b) de examen- en diplomakosten,
c) de aanschafkosten van verplicht gesteld studiemateriaal, en
d) de door de medewerker gemaakte kosten voor het gebruik van maaltijden en voor nachtverblijf in verband met het afleggen van een examen, voor zover deze de desbetreffende maximumbedragen, genoemd in de Reisregeling Binnenland, niet overschrijden.
Het bevoegd gezag kan de tegemoetkoming verhogen tot 75% of 100% in geval van bijzondere omstandigheden of bij een zeer beperkte financiële draagkracht van de medewerker.
4. Overeenkomstig het eerste lid kan aan de in dat lid bedoelde medewerker op diens aanvraag door het bevoegd gezag scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend ten behoeve van het voorbereiden van de scholing. Het verlof bedraagt ten hoogste 4 uren per week. Indien de medewerker scholing dient te volgen binnen de voor hem geldende werktijden, kan het bevoegd gezag het scholingsverlof verhogen tot ten hoogste 8 uren per week. Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt het in dit lid bedoelde verlof naar evenredigheid van diens werktijd. Over de wijze waarop het scholingsverlof door de medewerker wordt opgenomen vindt voorafgaand overleg plaats tussen de medewerker en het bevoegd gezag.
5. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan door het bevoegd gezag aan de in dat lid bedoelde medewerker op diens aanvraag scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend op de dag waarop wordt deelgenomen aan een examen of tentamen. Het verlof bedraagt ten hoogste 24 uren per kalenderjaar. Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt dit verlof naar evenredigheid van diens werktijd.
6.
Artikel 60, tweede en derde lid, van het ARARis van toepassing.
7. Overeenkomstig het eerste lid kan aan de in dat lid bedoelde medewerker op diens aanvraag door het bevoegd gezag een volledige tegemoetkoming in de ten behoeve van het volgen van de scholing noodzakelijk gemaakte reiskosten worden toegekend. De tegemoetkoming is ten hoogste gelijk aan de kosten van openbaar vervoer op basis van het laagste tarief. De tegemoetkoming wordt niet toegekend indien de reiskosten reeds uit andere hoofde aan de medewerker zijn of worden vergoed.
8. Aan de medewerker die scholing gaat volgen die naar het oordeel van het bevoegd gezag uitsluitend strekt in het persoonlijke belang of interesse van de medewerker, wordt op grond van deze regeling geen vergoeding van of tegemoetkoming in kosten toegekend, dan wel verlof met behoud van bezoldiging verleend.