BWBR0013413
Geldig vanaf 2005-06-17
Artikel 7
Subsidieregeling ESF-3 voor onderwijsinstellingen 2000 - 2006
1. Een aanvrager die een project wil uitvoeren, dient uiterlijk op 1 mei van het jaar waarin het project zal starten een subsidieaanvraag in met gebruikmaking van de door de minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren. Aanvragen die na 1 mei van het jaar waarin een project zal starten bij de minister worden ingediend, worden afgewezen.
2. De subsidieaanvraag bevat in ieder geval een projectbeschrijving. In de projectbeschrijving zijn tenminste opgenomen:
a. de beoogde prestatie van het project;
b. de begrote kosten;
c. een schatting van het aantal deelnemers bij de start van het project;
d. een inhoudelijke beschrijving van het project, alsmede een beschrijving van de extra activiteiten die in het kader van het project in aanvulling op de reguliere opleiding hebben plaatsgevonden, waarbij een relatie wordt gelegd tussen de te ondernemen activiteiten en de begrote kosten;
e. een beschrijving van de projectorganisatie;
f. indien van toepassing de partners uit de verschillende sectoren met wie het project is opgezet.
3. De aanvraag van de aanvrager van een project beroepsbegeleidend onderwijs gaat vergezeld van een door aanvrager en de andere partij, dan wel indien meer dan een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven bij de aanvraag betrokken is, andere partijen, ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waarin tenminste de taken van partijen met betrekking tot het project en afspraken met betrekking tot de verdeling van het subsidiebedrag zijn opgenomen.
4. De aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de aanvrager alle krachtens deze regeling gevraagde gegevens ter beschikking heeft gesteld.
2. De subsidieaanvraag bevat in ieder geval een projectbeschrijving. In de projectbeschrijving zijn tenminste opgenomen:
a. de beoogde prestatie van het project;
b. de begrote kosten;
c. een schatting van het aantal deelnemers bij de start van het project;
d. een inhoudelijke beschrijving van het project, alsmede een beschrijving van de extra activiteiten die in het kader van het project in aanvulling op de reguliere opleiding hebben plaatsgevonden, waarbij een relatie wordt gelegd tussen de te ondernemen activiteiten en de begrote kosten;
e. een beschrijving van de projectorganisatie;
f. indien van toepassing de partners uit de verschillende sectoren met wie het project is opgezet.
3. De aanvraag van de aanvrager van een project beroepsbegeleidend onderwijs gaat vergezeld van een door aanvrager en de andere partij, dan wel indien meer dan een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven bij de aanvraag betrokken is, andere partijen, ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waarin tenminste de taken van partijen met betrekking tot het project en afspraken met betrekking tot de verdeling van het subsidiebedrag zijn opgenomen.
4. De aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de aanvrager alle krachtens deze regeling gevraagde gegevens ter beschikking heeft gesteld.