BWBR0013413
Geldig vanaf 2005-06-17
Artikel 13
Subsidieregeling ESF-3 voor onderwijsinstellingen 2000 - 2006
1. Een aanvrager dient uiterlijk 30 september van het jaar waarin het project eindigt een verzoek tot subsidievaststelling in door overlegging van een eindrapportage die een beschrijving geeft van de realisatie van het project
in relatie tot de projectbeschrijving, bedoeld in artikel 7, tweede lid. In de eindrapportage wordt tevens aangegeven welke extra activiteiten er in aanvulling op de reguliere opleiding hebben plaatsgevonden, waarbij tevens een relatie wordt gelegd tussen de gerealiseerde activiteiten en de gedeclareerde kosten.
2. De eindrapportage, waarvan het verzoek tot subsidievaststelling deel uit maakt, wordt ingediend met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier en is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage 3bij deze regeling gevoegde model.
3. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.
4. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.
5. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het controleprotocol, neergelegd in bijlage 4bij deze regeling.
6. Subsidievaststelling vindt plaats binnen drie maanden na ontvangst van de clusterbeschikking en clusterbetaling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
7. Indien de aanvrager het verzoek tot subsidievaststelling niet heeft ingediend op uiterlijk de datum, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid dit verzoek alsnog in te dienen. Indien de minister het verzoek, bedoeld in de vorige volzin, niet binnen de door de minister gestelde termijn heeft ontvangen stelt de minister de subsidie vast op nihil.
in relatie tot de projectbeschrijving, bedoeld in artikel 7, tweede lid. In de eindrapportage wordt tevens aangegeven welke extra activiteiten er in aanvulling op de reguliere opleiding hebben plaatsgevonden, waarbij tevens een relatie wordt gelegd tussen de gerealiseerde activiteiten en de gedeclareerde kosten.
2. De eindrapportage, waarvan het verzoek tot subsidievaststelling deel uit maakt, wordt ingediend met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier en is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het als bijlage 3bij deze regeling gevoegde model.
3. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.
4. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.
5. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het controleprotocol, neergelegd in bijlage 4bij deze regeling.
6. Subsidievaststelling vindt plaats binnen drie maanden na ontvangst van de clusterbeschikking en clusterbetaling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
7. Indien de aanvrager het verzoek tot subsidievaststelling niet heeft ingediend op uiterlijk de datum, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid dit verzoek alsnog in te dienen. Indien de minister het verzoek, bedoeld in de vorige volzin, niet binnen de door de minister gestelde termijn heeft ontvangen stelt de minister de subsidie vast op nihil.