BWBR0013382
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 9
Vaststelling Programma Transportbesparing (3e aanvraagperiode)
Ten opzichte van de SMEG gelden de volgende afwijkende regels met betrekking tot rapportages, voorschotten en declaraties:
a. Van het bedrag, bedoeld in artikel 11, onderdeel d, van de SMEG, kan maximaal 80% bij wijze van voorschot worden verleend op basis van kasprognoses voor de totale duur van het project, voor zover de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte dit toelaat. Het verzoek om uitbetaling van een voorschot moet binnen vier maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening schriftelijk worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens de beschikking tot subsidieverlening met het verzoek moeten worden meegezonden. Uitbetaling van het voorschot wordt geweigerd indien de hiervoor bedoelde bescheiden ontbreken.
b. De subsidieontvanger brengt na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject. Tevens dient de subsidieontvanger een declaratie in, waaruit de daadwerkelijke gemaakte en betaalde kosten blijken.
c. Binnen een maand na afloop van de uitvoering van het haalbaarheidsproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het haalbaarheidsproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
d. Binnen drie maanden na afloop van de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het demonstratie- en/of kennisoverdrachtproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
a. Van het bedrag, bedoeld in artikel 11, onderdeel d, van de SMEG, kan maximaal 80% bij wijze van voorschot worden verleend op basis van kasprognoses voor de totale duur van het project, voor zover de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte dit toelaat. Het verzoek om uitbetaling van een voorschot moet binnen vier maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening schriftelijk worden ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens de beschikking tot subsidieverlening met het verzoek moeten worden meegezonden. Uitbetaling van het voorschot wordt geweigerd indien de hiervoor bedoelde bescheiden ontbreken.
b. De subsidieontvanger brengt na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject. Tevens dient de subsidieontvanger een declaratie in, waaruit de daadwerkelijke gemaakte en betaalde kosten blijken.
c. Binnen een maand na afloop van de uitvoering van het haalbaarheidsproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het haalbaarheidsproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.
d. Binnen drie maanden na afloop van de uitvoering van het demonstratie- of kennisoverdrachtproject dient de subsidieontvanger een eindrapportage in die betrekking heeft op het demonstratie- en/of kennisoverdrachtproject, alsmede een einddeclaratie met accountantsverklaring conform het controleprotocol dat door de programmabeheerder wordt verstrekt.