Artikel 1
Het programma Transportbesparing is een programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002 (SMEG). Het betreft een voortzetting van het Programma transportpreventie, waarvan de tweede tender dateert van 24 november 2000 (Stcrt. 2000, 232), maar dan onder een nieuwe naam. Er is gekozen voor de benaming Transportbesparing, omdat deze beter aansluit bij de doelstellingen van het programma.
De bepalingen van de SMEG zijn van toepassing op de indiening en behandeling van de in het kader van dit programma in te dienen aanvragen, welke bepalingen op enige specifieke onderdelen in dit programma nader uitgewerkt zijn.
Het Programma Transportbesparing is gericht op de in het NVVP, het Nationaal Milieubeleidsplan 4 en de Nota Milieu en Economie geformuleerde doelstelling van de regering om de milieubelasting door het goederenvervoer in de periode tot het jaar 2010 aanzienlijk te beperken.
Door de economische groei is het goederenvervoer fors gestegen en zal naar verwachting ook blijven toenemen. Dit leidt tot negatieve effecten voor het milieu, bijvoorbeeld in de vorm van uitstoot van CO 2en NO xen tot een toename van het ruimtebeslag en de congestie. Op diverse manieren is geprobeerd om deze negatieve effecten te beperken of te verminderen. Hoewel deze beleidslijnen succes hebben opgeleverd is er toch behoefte aan nieuwe manieren om deze doelstellingen te bereiken.
Transportbesparing onderscheidt zich van al eerder ingezette beleidslijnen doordat het zich richt op het beperken van het goederenvervoer zelf. Binnen Transportbesparing wordt gekeken naar de mogelijkheden voor beperking van de behoefte aan vervoer (beperking van tonkilometers) zonder de economische groei te belemmeren. Het gaat daarbij om aanpassingen in het product of het productieproces, zodat er minder behoefte is aan vervoer. Er is dus sprake van aanpak bij de bron. Het betreft hier geen projecten op het gebied van logistieke efficiency.
De doelstellingen van het programma zijn:
Het krijgen van vernieuwende voorbeelden en daarmee stimuleren van een sterker bewustzijn voor het begrip transportbesparing bij producenten en verladers.
Reductie van de milieubelasting door het goederenvervoer.
Het krijgen van informatie voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over kansen voor beleid op het gebied van Transportbesparing.
De belangrijkste doelgroepen van dit programma zijn producenten en verladers.
Ten behoeve van Transportbesparing kunnen twee clusters van mogelijke maatregelen worden onderscheiden:
- Beperken van te verplaatsen volume en/of gewicht Hieronder kunnen, onder andere, projecten vallen die zich richten op het verminderen van de verplaatsing van lucht en water, het herontwerpen van producten door het gebruik van lichtere materialen of het gebruik van elektronische ladingdragers.
- Beperken van de afstand van de te vervoeren goederen Hieronder kunnen, onder andere, projecten vallen die zich richten op merkonafhankelijke productie of een andere organisatie van de productie van half- en eindprodukten, waardoor transportafstanden tussen de verschillende produktielocaties worden verkort.
In de Staatscourant kan gedurende de looptijd van het programma melding worden gemaakt van uitsluiting van een van bovengenoemde clusters.
Het programma Transportbesparing kent een looptijd van zes jaar (van 2000 tot en met 2005) en wordt opgedeeld in afzonderlijke aanvraagperioden. Dit betreft de derde aanvraagperiode.
In dit programma wordt verstaan onder:
De bepalingen van de SMEG zijn van toepassing op de indiening en behandeling van de in het kader van dit programma in te dienen aanvragen, welke bepalingen op enige specifieke onderdelen in dit programma nader uitgewerkt zijn.
Het Programma Transportbesparing is gericht op de in het NVVP, het Nationaal Milieubeleidsplan 4 en de Nota Milieu en Economie geformuleerde doelstelling van de regering om de milieubelasting door het goederenvervoer in de periode tot het jaar 2010 aanzienlijk te beperken.
Door de economische groei is het goederenvervoer fors gestegen en zal naar verwachting ook blijven toenemen. Dit leidt tot negatieve effecten voor het milieu, bijvoorbeeld in de vorm van uitstoot van CO 2en NO xen tot een toename van het ruimtebeslag en de congestie. Op diverse manieren is geprobeerd om deze negatieve effecten te beperken of te verminderen. Hoewel deze beleidslijnen succes hebben opgeleverd is er toch behoefte aan nieuwe manieren om deze doelstellingen te bereiken.
Transportbesparing onderscheidt zich van al eerder ingezette beleidslijnen doordat het zich richt op het beperken van het goederenvervoer zelf. Binnen Transportbesparing wordt gekeken naar de mogelijkheden voor beperking van de behoefte aan vervoer (beperking van tonkilometers) zonder de economische groei te belemmeren. Het gaat daarbij om aanpassingen in het product of het productieproces, zodat er minder behoefte is aan vervoer. Er is dus sprake van aanpak bij de bron. Het betreft hier geen projecten op het gebied van logistieke efficiency.
De doelstellingen van het programma zijn:
Het krijgen van vernieuwende voorbeelden en daarmee stimuleren van een sterker bewustzijn voor het begrip transportbesparing bij producenten en verladers.
Reductie van de milieubelasting door het goederenvervoer.
Het krijgen van informatie voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over kansen voor beleid op het gebied van Transportbesparing.
De belangrijkste doelgroepen van dit programma zijn producenten en verladers.
Ten behoeve van Transportbesparing kunnen twee clusters van mogelijke maatregelen worden onderscheiden:
- Beperken van te verplaatsen volume en/of gewicht Hieronder kunnen, onder andere, projecten vallen die zich richten op het verminderen van de verplaatsing van lucht en water, het herontwerpen van producten door het gebruik van lichtere materialen of het gebruik van elektronische ladingdragers.
- Beperken van de afstand van de te vervoeren goederen Hieronder kunnen, onder andere, projecten vallen die zich richten op merkonafhankelijke productie of een andere organisatie van de productie van half- en eindprodukten, waardoor transportafstanden tussen de verschillende produktielocaties worden verkort.
In de Staatscourant kan gedurende de looptijd van het programma melding worden gemaakt van uitsluiting van een van bovengenoemde clusters.
Het programma Transportbesparing kent een looptijd van zes jaar (van 2000 tot en met 2005) en wordt opgedeeld in afzonderlijke aanvraagperioden. Dit betreft de derde aanvraagperiode.
In dit programma wordt verstaan onder: