BWBR0013366
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 4
Regeling vaarbevoegdheidsbewijzen zeevaart
1. Ter vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs legt de aanvrager de volgende bescheiden over aan de Minister van Infrastructuur en Milieu:
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, verkrijgbaar gesteld door de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. twee gelijke, recente pasfoto's;
c. het originele vaarbevoegdheidsbewijs waarvan vernieuwing wordt gewenst;
d. een afschrift van de originele geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart;
e. een afschrift van de originele geldige geneeskundige verklaring betreffende het gezichtsorgaan en het gehoororgaan, indien het betreft kapiteins, stuurlieden, scheepswerktuigkundigen, maritiem officieren en scheepsgezellen aan wie aan boord het houden van uitkijk kan worden opgedragen of aan wie de wacht op de brug of in de machinekamer kan worden toevertrouwd;
f. de bewijzen van diensttijd, dan wel het bewijs van dienstdoen in een vergelijkbare functie als bedoeld in artikel 8;
g. een bewijs van nationaliteit van de aanvrager, en
h. het bewijs van betaling van de kosten, verbonden aan de afgifte van het vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ter vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven op grond van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, is artikel 2, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, verkrijgbaar gesteld door de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b. twee gelijke, recente pasfoto's;
c. het originele vaarbevoegdheidsbewijs waarvan vernieuwing wordt gewenst;
d. een afschrift van de originele geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart;
e. een afschrift van de originele geldige geneeskundige verklaring betreffende het gezichtsorgaan en het gehoororgaan, indien het betreft kapiteins, stuurlieden, scheepswerktuigkundigen, maritiem officieren en scheepsgezellen aan wie aan boord het houden van uitkijk kan worden opgedragen of aan wie de wacht op de brug of in de machinekamer kan worden toevertrouwd;
f. de bewijzen van diensttijd, dan wel het bewijs van dienstdoen in een vergelijkbare functie als bedoeld in artikel 8;
g. een bewijs van nationaliteit van de aanvrager, en
h. het bewijs van betaling van de kosten, verbonden aan de afgifte van het vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ter vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven op grond van een vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven door of onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, is artikel 2, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.