BWBR0013344
Geldig vanaf 2010-01-19
Artikel 9
Beleidsregels verlagen subsidie Plattelandsontwikkelingsprogramma
1. Indien
de aanvrager van een voorschot niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, en
de aanvrager van het voorschot in de gelegenheid is gesteld binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen,
leidt het aanvullen van de aanvraag na het verstrijken van deze termijn op een wijze dat
wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag
tot een verlaging van het voorschot waarop de aanvraag betrekking heeft met 0,5% per werkdag ten opzichte van het voorschot waarop de subsidieontvanger recht zou hebben gehad indien hij zou hebben voldaan aan de wettelijk voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende zouden zijn geweest voor de beoordeling van de aanvraag.
2. Indien het aanvullen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet heeft plaatsgevonden binnen 25 dagen na afloop van de door het bestuursorgaan gestelde termijn, wordt deze aanvraag niet in behandeling genomen.
de aanvrager van een voorschot niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, en
de aanvrager van het voorschot in de gelegenheid is gesteld binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen,
leidt het aanvullen van de aanvraag na het verstrijken van deze termijn op een wijze dat
wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag
tot een verlaging van het voorschot waarop de aanvraag betrekking heeft met 0,5% per werkdag ten opzichte van het voorschot waarop de subsidieontvanger recht zou hebben gehad indien hij zou hebben voldaan aan de wettelijk voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden voldoende zouden zijn geweest voor de beoordeling van de aanvraag.
2. Indien het aanvullen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet heeft plaatsgevonden binnen 25 dagen na afloop van de door het bestuursorgaan gestelde termijn, wordt deze aanvraag niet in behandeling genomen.