1. Indien een ontvanger van een beheerssubsidie of landschapssubsidie, welke is verleend op grond van de
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheervan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, zoals deze luidde tot 31 december 2006, overeenkomstig die regeling of in het kader van die regeling verplicht is te voldoen aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, en bij een controle blijkt dat aan één of meerdere van deze eisen niet wordt voldaan, wordt, behoudens overmacht, de vast te stellen subsidie verlaagd overeenkomstig de onderstaande leden of wordt de subsidievaststelling overeenkomstig ten nadele van de ontvanger gewijzigd.
2. De verlaging, bedoeld in het eerste lid, is de som van de bedragen van de onderscheiden verlagingen per beheerjaar, waarbij:
a. de verlaging voor beheerjaren die eindigen voor 1 januari 2010 wordt berekend overeenkomstig de artikelen 11 en 14, zoals deze luidden tot 31 december 2009;
b. de verlaging voor beheerjaren die eindigen op of na 1 januari 2010 wordt berekend overeenkomstig het derde tot en met zevende lid.
3. Per beheerjaar wordt de verlaging als volgt berekend:
a. de nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, genoemd in bijlage 1, zijn in die bijlage ingedeeld in de beleidsterreinen milieu, gezondheid of dierenwelzijn;
b. voor de vaststelling van het kortingspercentage voor een beheerjaar zijn relevant de geconstateerde overtredingen van de normen, genoemd in bijlage I, begaan in dat jaar;
c. per beleidsterrein wordt overeenkomstig bijlage 2 een kortingspercentage bepaald op basis van het aantal geconstateerde overtredingen per beleidsterrein in dat betreffende beheerjaar;
d. het totale kortingspercentage dat behoort bij het beheerjaar komt overeen met de som van de kortingspercentages per beleidsterrein voor dat jaar, met dien verstande dat als de uitkomst van de som hoger is dan 5%, het totale kortingspercentage 5 bedraagt;
e. indien een geconstateerde overtredingen een herhaalde overtreding of een opzettelijke overtreding betreft, wordt deze overtreding in afwijking van de onderdelen a tot en met c, niet meegenomen in het op basis van die onderdelen te bepalen kortingspercentage, en wordt het overeenkomstig de onderdelen a tot en met c, voor dat jaar vastgestelde kortingspercentage verhoogd met 5% per herhaalde overtreding of opzettelijke overtreding waarbij het maximale kortingspercentage voor een beheerjaar 100% bedraagt;
f. de verlaging bedraagt het ingevolge de voorgaande onderdelen vastgestelde percentage van het bedrag aan subsidie dat op grond van de beschikking tot subsidieverlening behoort bij het beheerjaar.
4. Indien een overtreding zowel een herhaalde overtreding als een opzettelijke overtreding is, wordt die overtreding voor de toepassing van het derde lid, onderdeel e, enkel beschouwd als een opzettelijke overtreding.
5. Onder herhaalde overtreding wordt verstaan een meer dan eenmaal binnen een periode van drie opeenvolgende jaren door een bevoegde toezichthoudende ambtenaar geconstateerde en al dan niet geverbaliseerde overtreding van eenzelfde norm.
6. Bij de beoordeling of er sprake is van een opzettelijke overtreding is
artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLBvan overeenkomstige toepassing.
7. Voor de toepassing van dit artikel zijn enkel overtredingen na indiening van de aanvraag tot subsidieverlening relevant.