BWBR0013279
Geldig vanaf 2002-01-05
Artikel 20
Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers
De Minister kan de subsidieverlening intrekken of in benedenwaartse zin wijzigen, indien:
a. de aanvrager zijn verplichtingen uit hoofde van de regeling niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt en de aanvrager het gebrek niet binnen een door de Minister gestelde periode herstelt;
b. de aanvrager de subsidie niet of niet geheel aan het project besteedt;
c. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn uitgevoerd of zullen worden uitgevoerd;
d. de aanvrager kosten, waarvoor in de begroting van het projectplan geen post is onderscheidenlijk posten zijn opgenomen, heeft betrokken bij een verzoek om bevoorschotting of bij de eindafrekening, zonder dat hiervoor toestemming van de Minister is verkregen;
e. de aanvrager onjuiste informatie heeft verstrekt over zichzelf dan wel het project, dan wel relevante informatie omtrent het project niet heeft verstrekt aan de Minister;
f. de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de eisen opgenomen in artikel 10;
g. de aanvrager de beschikkingsmacht geheel of gedeeltelijk verliest op grond van surséance van betaling, faillissement, ontbinding of enig andere reden.
a. de aanvrager zijn verplichtingen uit hoofde van de regeling niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt en de aanvrager het gebrek niet binnen een door de Minister gestelde periode herstelt;
b. de aanvrager de subsidie niet of niet geheel aan het project besteedt;
c. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn uitgevoerd of zullen worden uitgevoerd;
d. de aanvrager kosten, waarvoor in de begroting van het projectplan geen post is onderscheidenlijk posten zijn opgenomen, heeft betrokken bij een verzoek om bevoorschotting of bij de eindafrekening, zonder dat hiervoor toestemming van de Minister is verkregen;
e. de aanvrager onjuiste informatie heeft verstrekt over zichzelf dan wel het project, dan wel relevante informatie omtrent het project niet heeft verstrekt aan de Minister;
f. de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de eisen opgenomen in artikel 10;
g. de aanvrager de beschikkingsmacht geheel of gedeeltelijk verliest op grond van surséance van betaling, faillissement, ontbinding of enig andere reden.