BWBR0013279
Geldig vanaf 2002-01-05
Artikel 13
Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers
1. De subsidie voor werving en selectie bedraagt € 600,- per in traject genomen werkzoekende.
2. De subsidie voor een traject zonder dienstbetrekking bedraagt 80% van de kosten tot een maximum van € 3.000,- per werkloze onderscheidenlijk van € 6.000,- per werkloze, indien die werkloze door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4 als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de Regeling SUWI.
3. De subsidie in de loonkosten voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek bedraagt per werkloze € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 500,- per maand tot een maximum van € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
4. De subsidie per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, bedraagt het bedrag van de subsidie, bedoeld in het derde lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het tweede lid, tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.
5. De subsidie in de loonkosten voor een scholingstraject van werknemers dat plaatsvindt met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek, bedraagt per werknemer € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,-. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
6. De subsidie voor voorbereidings- en beheerskosten van een project bedraagt 10% van de subsidie vastgesteld voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten met een maximum van € 115.000,- per aanvrager binnen een periode van 52 kalenderweken.
7. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het tweede lid, voor een traject zonder dienstbetrekking 45% van de kosten met een maximum van € 1.700,- per werkloze onderscheidenlijk van € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.
8. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het derde lid, voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek per werkloze € 125,- per maand tot een maximum van € 1.500,- onderscheidenlijk € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
9. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het vierde lid, per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, het bedrag van de subsidie, bedoeld in het achtste lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het zevende lid, tot een maximum van € 1.700,- onderscheidenlijk € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.
2. De subsidie voor een traject zonder dienstbetrekking bedraagt 80% van de kosten tot een maximum van € 3.000,- per werkloze onderscheidenlijk van € 6.000,- per werkloze, indien die werkloze door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4 als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de Regeling SUWI.
3. De subsidie in de loonkosten voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek bedraagt per werkloze € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 500,- per maand tot een maximum van € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
4. De subsidie per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, bedraagt het bedrag van de subsidie, bedoeld in het derde lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het tweede lid, tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.
5. De subsidie in de loonkosten voor een scholingstraject van werknemers dat plaatsvindt met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek, bedraagt per werknemer € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,-. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
6. De subsidie voor voorbereidings- en beheerskosten van een project bedraagt 10% van de subsidie vastgesteld voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten met een maximum van € 115.000,- per aanvrager binnen een periode van 52 kalenderweken.
7. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het tweede lid, voor een traject zonder dienstbetrekking 45% van de kosten met een maximum van € 1.700,- per werkloze onderscheidenlijk van € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.
8. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het derde lid, voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek per werkloze € 125,- per maand tot een maximum van € 1.500,- onderscheidenlijk € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.
9. Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het vierde lid, per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, het bedrag van de subsidie, bedoeld in het achtste lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het zevende lid, tot een maximum van € 1.700,- onderscheidenlijk € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.