BWBR0013279
Geldig vanaf 2002-01-05
Artikel 10
Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers
1. De subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:
a. de aanvrager de aanvraag niet binnen de vastgestelde aanvraagperiode heeft ingediend;
b. de aanvrager of de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling;
c. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de solvabiliteit of liquiditeit van de aanvrager;
d. de subsidie naar het oordeel van de Minister in strijd met het doel en de strekking van deze regeling wordt of zal worden aangewend;
e. er naar het oordeel van de Minister gegronde reden bestaat om aan te nemen dat aangevraagde activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
f. voor het projectplan, dan wel voor onderdelen daarvan subsidie uit het Europees Sociaal Fonds is aangevraagd, dan wel gebruikt;
g. de kosten van de subsidiabele activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de Minister, gelet op bijzondere omstandigheden, besluiten de aanvraag in behandeling te nemen.
a. de aanvrager de aanvraag niet binnen de vastgestelde aanvraagperiode heeft ingediend;
b. de aanvrager of de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling;
c. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de solvabiliteit of liquiditeit van de aanvrager;
d. de subsidie naar het oordeel van de Minister in strijd met het doel en de strekking van deze regeling wordt of zal worden aangewend;
e. er naar het oordeel van de Minister gegronde reden bestaat om aan te nemen dat aangevraagde activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
f. voor het projectplan, dan wel voor onderdelen daarvan subsidie uit het Europees Sociaal Fonds is aangevraagd, dan wel gebruikt;
g. de kosten van de subsidiabele activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de Minister, gelet op bijzondere omstandigheden, besluiten de aanvraag in behandeling te nemen.