1. Indien de opleiding in het land van herkomst betrekking had op vakgebieden die wezenlijk verschillen van de vakgebieden die de opleiding, bedoeld in de
artikelen 9, eerste lid, onderdeel a, 1°, en
13, eerste lid, onderdeel a, 2°, van de Loodsenwet, omvat, stelt de algemene raad de aanvrager in de gelegenheid een aanpassingsstage te doorlopen of een proeve van bekwaamheid af te leggen.
2. De aanvrager maakt zijn keuze tussen de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid kenbaar aan de algemene raad.
3. Indien de aanvrager kiest voor het doorlopen van een aanpassingsstage, kan de algemene raad bepalen, dat de aanvrager een aanvullende proeve van bekwaamheid aflegt die overeenkomt met een of meer examenvakken, genoemd in
artikel 13 van het Besluit adspirant-registerloodsen, en die naar het oordeel van de algemene raad een wezenlijk onderdeel vormt van de specifieke uitoefening van het beroep van registerloods in Nederland.