BWBR0004391
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 26
Besluit adspirant-registerloodsen
1. De beoordeling van elk examenvak of gedeelte daarvan wordt uitgedrukt in gehele cijfers, waarvan het laagste cijfer 1 en het hoogste cijfer 10 is.
2. Indien de gecommitteerde en de examinator bij de vaststelling van een cijfer niet tot overeenstemming kunnen komen, en het verschil van het door de gecommitteerde en de examinator toegekende cijfer niet meer dan 1 bedraagt, wordt in het voordeel van de kandidaat beslist. Als het verschil meer dan 1 bedraagt, wordt het toe te kennen cijfer vastgesteld door de voorzitter van de betreffende examencommissie in overeenstemming met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.
3. Indien een examenvak uit meer dan een gedeelte bestaat, wordt het eindcijfer voor dat examenvak bepaald door het gemiddelde van de bij die gedeelten behaalde cijfers, waarbij breuken van een half of meer naar boven en breuken van minder dan een half naar beneden worden afgerond.
4. Het examen is met goed gevolg afgelegd wanneer voor alle examenvakken ten minste het cijfer 6 is behaald.
5. Indien voor niet meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald en voor de overige examenvakken tenminste het cijfer 6, komt de kandidaat in aanmerking voor een herexamen in het met het cijfer 5 beoordeelde examenvak.
6. Indien voor meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald, dan wel voor een of meer dan een examenvak een cijfer lager dan 5 is behaald, wordt de kandidaat voor het examen afgewezen.
2. Indien de gecommitteerde en de examinator bij de vaststelling van een cijfer niet tot overeenstemming kunnen komen, en het verschil van het door de gecommitteerde en de examinator toegekende cijfer niet meer dan 1 bedraagt, wordt in het voordeel van de kandidaat beslist. Als het verschil meer dan 1 bedraagt, wordt het toe te kennen cijfer vastgesteld door de voorzitter van de betreffende examencommissie in overeenstemming met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden.
3. Indien een examenvak uit meer dan een gedeelte bestaat, wordt het eindcijfer voor dat examenvak bepaald door het gemiddelde van de bij die gedeelten behaalde cijfers, waarbij breuken van een half of meer naar boven en breuken van minder dan een half naar beneden worden afgerond.
4. Het examen is met goed gevolg afgelegd wanneer voor alle examenvakken ten minste het cijfer 6 is behaald.
5. Indien voor niet meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald en voor de overige examenvakken tenminste het cijfer 6, komt de kandidaat in aanmerking voor een herexamen in het met het cijfer 5 beoordeelde examenvak.
6. Indien voor meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald, dan wel voor een of meer dan een examenvak een cijfer lager dan 5 is behaald, wordt de kandidaat voor het examen afgewezen.