BWBR0004391
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 28
Besluit adspirant-registerloodsen
1. Zo spoedig mogelijk na de vergadering, bedoeld in artikel 27, wordt de uitslag aan de kandidaten medegedeeld.
2. Iedere kandidaat ontvangt na afloop van een examen een cijferlijst, waarop vermeld de examenvakken en de daarvoor behaalde eindcijfers.
3. Aan de kandidaat die in aanmerking komt voor een herexamen worden bij de uitreiking van de cijferlijst tevens de nodige gegevens verstrekt met betrekking tot de te volgen procedure ter uiteindelijke verkrijging van de betreffende verklaring.
4. Aan de geslaagde kandidaten van het landelijke loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, uitgereikt. De algemene raad stelt het model van deze verklaring vast.
5. Aan de geslaagde kandidaten van het regionale loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, uitgereikt. Het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie stelt het model van deze verklaring vast.
6. De voorzitter en de secretaris van de betreffende examencommissie, alsmede een van de betrokken gecommitteerden ondertekenen de verklaring, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, of 5, eerste lid, en de cijferlijst, bedoeld in het tweede lid.
2. Iedere kandidaat ontvangt na afloop van een examen een cijferlijst, waarop vermeld de examenvakken en de daarvoor behaalde eindcijfers.
3. Aan de kandidaat die in aanmerking komt voor een herexamen worden bij de uitreiking van de cijferlijst tevens de nodige gegevens verstrekt met betrekking tot de te volgen procedure ter uiteindelijke verkrijging van de betreffende verklaring.
4. Aan de geslaagde kandidaten van het landelijke loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, uitgereikt. De algemene raad stelt het model van deze verklaring vast.
5. Aan de geslaagde kandidaten van het regionale loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid, uitgereikt. Het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie stelt het model van deze verklaring vast.
6. De voorzitter en de secretaris van de betreffende examencommissie, alsmede een van de betrokken gecommitteerden ondertekenen de verklaring, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, of 5, eerste lid, en de cijferlijst, bedoeld in het tweede lid.