BWBR0013230
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SVB 2002
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar SVB hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat van de buitengewoon opsporingsambtenaar het verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar SVB hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat van de buitengewoon opsporingsambtenaar het verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.